Altijd en overal

Standpunt

”Toen onze kinderen begonnen te puberen, volgden mijn vrouw en ik een korte cursus Omgaan met pubers. Op uitnodiging van onze mutualiteit kwam een psychologe uitleggen hoe het puberbrein werkt en hoe je daarmee als ouder kunt omgaan. De essentie van haar verhaal was: hou onvoorwaardelijk van uw kinderen en laat hen dat ook merken. Wat ze ook doen, hoezeer ze je ook het bloed onder de nagels vandaan halen, hoe weinig liefde je ook terugkrijgt, hoezeer je ook het gevoel hebt dat ze alle waarden uit hun opvoeding aan hun laars lappen, blijf hen altijd onvoorwaardelijk graag zien.
Wijze raad. Erg christelijk bovendien. Wij geloven immers in een God die onvoorwaardelijk van de mensen houdt. Dat klinkt voor ons misschien gewoon, maar vergelijk het eens met religieuze verhalen uit de oudheid. Daarin worden sadistische goden opgevoerd die de mens gebruiken als speelbal. Of het nu Griekse, Romeinse, Germaanse of Noorse legenden zijn, er valt onder hun goden weinig liefde voor de mens te bespeuren. Niet zo bij de ene God van de christenen, die één en al liefde is en die liefde in Christus gestalte gaf.
In een nieuw document over de zorg voor de stervende mens, Uw hand in mijn hand, kiezen de bisschoppen van België voor dezelfde onvoorwaardelijke liefde. Zij drukken hun waardering uit voor pastoraal verantwoordelijken in zorg­instellingen en vragen hun in alle omstandigheden stervenden bij te staan. Dus niet enkel wie voorbeeldig leefde of wie we sympathiek vinden, maar iedere mens. Ja, zelfs de mens die kiest voor euthanasie.
Begrijp dat niet verkeerd. De bisschoppen herhalen hun principiële verzet tegen euthanasie. Dat mag ons evenwel niet beletten om zelfs in die situatie liefdevol aanwezig te zijn bij het levenseinde. De Kerk kan het oneens zijn met de keuze die een mens maakt, zonder die mens zelf te verwerpen.
In Waar komt toch de gedachte vandaan dat we in ons leven niet afhankelijk mogen zijn van anderen? dat verband beklemtoont kardinaal De Kesel dat de Kerk al te vaak wordt afgeschilderd als hardvochtig tegenover de stervende mens. „Met dit document antwoorden we op die kritiek. We nemen de vragen van stervende mensen wel ernstig en we laten hen niet aan hun lot over”, zegt hij daarover.
Een veelgehoorde verzuchting bij het levenseinde is dat men de anderen niet meer tot last wil zijn. „Maar we vergeten al te vlug dat we elkaar tot last mogen zijn”, schrijven de bisschoppen. Dat is een juiste en belangrijke stelling. Waar komt toch de gedachte vandaan dat we in ons leven niet afhankelijk mogen zijn van anderen? We zijn in de loop der jaren verkeerdelijk gaan denken dat het leven in een opgaande lijn verloopt, waarbij we als pasgeboren kind hulpeloos zijn en nadien almaar zelfredzamer worden. Daardoor kunnen we moeilijk om met de vaststelling dat we door ouderdom of ziekte opnieuw meer hulp nodig hebben.
In werkelijkheid is het leven geen opgaande lijn, maar een curve die eerst omhoog en vervolgen omlaag gaat. Worden we tijdens het opgroeien steeds zelfstandiger, dan volgt op oudere leeftijd onvermijdelijk een fase waarin we opnieuw meer op anderen moeten steunen. Daar is niets mis mee, het behoort tot de normale evolutie van het leven. Eerst krijgen we, vervolgens geven we en aan het einde mogen we opnieuw meer ontvangen.
Een overdreven klemtoon op zelfredzaamheid maakt de mens niet gelukkig. Onvoorwaardelijke liefde wel. Wie een leven lang veel liefde gaf, moet niet verlegen zijn om aan het einde terug te vallen op de liefde van anderen. Dat de Kerk ervoor kiest om bij het levenseinde onvoorwaardelijk aanwezig te zijn, zonder verwijtend oordeel over de stervende mens, past perfect in die levensvisie. Ik breng dan ook een oprecht eresaluut aan alle pastoraal verantwoordelijken die altijd en overal dat ideaal proberen waar te maken.”

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €42
tot eind 2020

Registreer je hier