Menselijk leed

Standpunt

Een troostende tiendaagse om stil te staan bij elke vorm van verlies die de coronacrisis met zich meebracht. Dat klinkt als een mooi en hartverwarmend initiatief. Onder de noemer Heel het land gaat op 30 april een reeks activiteiten van start, maatschappelijk en cultureel, die troost brengen voor mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks werden getroffen door het coronavirus. Hier leest u er alles over.
Nu de vaccinatiecampagne op volle toeren draait en onze blik steeds meer op het einde van de pandemie is gericht, is het inderdaad een goed idee om al even terug te blikken, om troost te zoeken en te bieden. Hoe (on)geschonden komen we hieruit? Welke littekens dragen we mee? Schudden we de voorbije maanden van ons af, of krijgt het coronaleed een plaats in ons collectieve geheugen?
De geschiedenis is meer dan een optelsom van gebeurtenissen uit vervlogen tijden, ze is de architect van het heden. Mijn moeder, geboren in 1940, tekende laatst het levensverhaal van mijn grootvader op. De passages die het meest indruk maken, gaan over de oorlog. Hoe mijn zwangere grootmoeder naar Frankrijk vluchtte, hoe haar kind finaal toch in ons land werd geboren, hoe het jonge gezin met twee kinderen opnieuw have en goed moest achterlaten en een onderkomen moest zoeken. Onze oudste lezers maakten het zelf mee, anderen kennen de verhalen van hun ouders of grootouders. Voor jongere generaties lijkt het fictie, maar het gebeurde echt. De oorlog kneedde onze wereld. De Europese eenmaking zou niet bestaan zonder de gruwel die eraan voorafging.
Mogen we het coronaverdriet afwegen tegen het oorlogsleed? De oorlogsjaren lijken me een pak zwaarder, al weet ik dat vergelijken geen zin heeft. Het gaat om andere tijden, om ander lijden. De gebeurtenissen gaan voorbij, de littekens blijven. Slachtoffer Langzaam verandert het heden in verleden, maar echt voorbij is het nooit van oorlog, ziekte, ongeval of geweld, menselijk leed is van alle tijden. De belangrijkste vraag is: hoe gaan we ermee om?
We mogen best wat meer stilstaan bij de pijn van de coronacrisis. Het valt me op hoe weinig we nog bekommerd lijken om de mensen in de zorgsector. Tijdens de eerste golf was er elke avond applaus, hingen overal witte doeken aan het raam. In de tweede golf was er nog een matige sympathie. Nu zitten we in de derde golf en weten we dat de ziekenhuizen het zwaar hebben, maar het lijkt ons nog weinig te kunnen schelen. Onze persoonlijke vrijheid zo snel mogelijk heroveren lijkt nu het enige criterium. Wat is ons geheugen kort. Waar is de golf van solidariteit gebleven?
Kunnen we het nog opbrengen oog te hebben voor elkaars leed, of tellen we nog louter af naar het moment waarop we zelf ons normale leven kunnen hervatten? Zijn onze gedachten vervuld van reizen en feesten? Of zien we de buurvrouw die haar man verloor, de cafébaas die op de rand van de afgrond balanceert, de student die er mentaal helemaal door zit, de verpleegster die diep in het rood moet gaan om overeind te blijven?
Heel het land biedt een mooie kans om troost te zoeken, maar vooral om troost te delen. Troost voor wat we zelf meemaakten, troost voor wie het zwaarder te verduren had dan wij. Laten we tijd maken. Tijd om terug te denken aan wie achterbleef, om steun en toeverlaat te zijn voor wie verder moet, om attent te zijn voor wie er nu nog middenin zit. Langzaam verandert het heden in verleden, maar echt voorbij is het nooit. Precies zoals de herinnering aan de oorlog.
En ja, laten we toch maar blijven denken aan de zorgsector. Verpleegkundigen en artsen draaien nog steeds overuren. Wij kunnen er mee voor zorgen dat ook voor hen betere tijden lonken. Zullen we die inspanning nog even opbrengen?

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €30
tot eind 2021

Registreer je hier