‘Woorden zijn voor mij deuren naar binnen’

Klapstoel
Isabelle Desmidt
Nieuwe lezingencommentator in Kerk & Leven

Elke drie jaar zoekt dit blad een nieuwe stem om de zondagslezingen toe te lichten. Isabelle Desmidt (45) is godsdienstleerkracht, ze heeft drie zonen en ze is geen Bijbelwetenschapper, maar wel „verslaafd aan Bijbellezen”. „Of ik mijn gebedje al deed, vragen de kinderen en vrienden soms als ik onrustig ben.”

 
 

Zou ze het zien zitten om af en toe te preken? Isabelle Desmidt dacht dat haar echtgenoot, diaken Geert De Cubber, het had over de parochie en antwoordde bevestigend. „Toen vroeg hij of ik het ook elke week zou kunnen, en wel drie jaar lang, in Kerk & Leven. Dat leek me niets voor mij. Ik blijf liever in de luwte.” En toch bleef die terloopse vraag hangen, zoals u ziet op bladzijde 18. „Ach ja, ik word elke week ook uitgedaagd door honderdvijftig pubers.”

 
 

Isabelle Desmidt: „Ik was altijd al gelovig. Vroeger bad ik meestal zonder woorden, soms met tranen.” © Kristof Ghyselinck
Isabelle Desmidt: „Ik was altijd al gelovig. Vroeger bad ik meestal zonder woorden, soms met tranen.” © Kristof Ghyselinck

– U studeerde Germaanse talen. Hoe werd u godsdienstleerkracht?
Tijdens een barbecue met catechisten hoorde ik over het HDGI, het Hoger Diocesaan Godsdienstinstituut. Ik vroeg een brochure aan voor iemand die werk zocht en raakte zelf geïntrigeerd. De school waar ik talen gaf, had geen plaats meer voor me. Ik was net bevallen van een derde kind en hunkerde ernaar iets voor mezelf te studeren en me te herbronnen. Ik begon eraan zonder de idee er professioneel iets mee te doen, maar dat gebeurde wel.
– Wat is uw missie als godsdienstleerkracht?
Ik hoop mijn leerlingen nieuwsgierig te maken en gevoelig voor wat mensen beweegt. Ik wil hen een luisterende houding bijbrengen, zodat ze openstaan voor wat er in hen en rondom hen gebeurt. „Luister”, niet voor niets is dat het begin van de regel van Benedictus. Ik ben verknocht aan de monastieke traditie. De schat van het geloof wordt door monniken al eeuwenlang gekoesterd en doorgegeven. Figuren zoals Franciscus van Assisi en Theresia van Lisieux belichamen het evangelie en maken het concreet.
– Welke weg legde u af met dat evangelie?
Voor zover ik weet was ik altijd gelovig. Ik was nooit alleen. God was mijn natuurlijke omgeving. Ik sta op en ben verbonden, ik kijk naar buiten en kijk door zijn ogen. Kerkgangers waren we echter niet. In mijn jeugd ging ik dus op zoek naar getuigenissen om dat goddelijke beter te begrijpen en kwam ik Jezus op het spoor. Hij werd mijn partner in crime, die toonde hoe je God in je leven brengt, in de manier waarop je met mensen omgaat. Ik bad, maar meestal zonder woorden, soms met tranen. Toen ik begon aan het HDGI, vond ik dat het menens was. Nu zou ik die Bijbel lezen en beginnen bij het begin. Ik gebruikte kleuren, geel voor waar het ging over God en rood voor waar het leven en de liefde ter sprake kwamen bijvoorbeeld. Mijn Bijbel werd een kleurboek. Ik leefde me er enorm in uit en kon echt genieten van exegese. Woorden zijn voor mij deuren naar binnen. Van die rijkdom kan je levenslang deugd hebben. Tijdens een gebedsweek, deel van de diakenopleiding van Geert, werden we bovendien uitgenodigd om het evangelie te gebruiken in ons gebed. „Ik hou van Maria. ‘Hoe moet dat dan?’, was het eerste dat ze vroeg” Dat verruimt de manier waarop je met teksten onderweg bent enorm.
– En nu bent u verslaafd aan Bijbellezen?
Ik stelde vast dat almaar meer mensen, leerlingen en anderen, kwamen aankloppen met vragen, vaak in momenten van pijn of verdriet. Waarom draait het leven? Het zijn lichtzoekers, die bij iemand anders dezelfde zoektocht herkennen. Maar wie was ik om hun vragen te beantwoorden? Ze raken aan het meest kostbare dat we hebben. Met mensen die hun ziel in je handen leggen en je laten meekijken in hun hart moet je omgaan op de meest voorzichtige en schroomvolle manier. Daarom volgde ik bij de jezuïeten een jaar de geestelijke oefeningen in het dagelijkse leven. Elke dag ging ik op wandel met het evangelie en legde ik het op mijn gebed. Die vorm van gebed kan en wil ik niet meer missen. Zoals ik me toen verdiepte in de opgelegde teksten, doe ik dat nu met de lezingen van de dag. Heb ik weinig tijd, dan beluister ik ze terwijl ik naar school fiets, via de app Bidden Onderweg.
– Als lezingencommentator bereikt u nu veel ‘lichtzoekers’. Wat hoopt u hun te bieden?
Ik, lezingencommentator? Ik kan er zelf niet goed bij. „Als je met God op weg bent, kom je toeren tegen”, leerde ik echter tijdens een retraite van priester Stefan Franco. Ook de vragen van leerlingen en anderen voelden al alsof ik vanachter het altaar werd geroepen, zoals Samuël in het Oude Testament. Als kind viel ik in slaap bij het altaar van God en nu word ik door anderen gewekt om te vertellen over het licht, maar op deze schaal ben ik nog nooit vanachter het altaar geroepen. Intussen leerde ik echter dat ik niet zozeer buiten sta, op een marktplein, maar dat ik mensen kan meenemen naar binnen, in het heiligdom. „Kom en zie.” Het is wel iets intiems. Voor mij is het goed als ik elke week één iemand met mijn commentaar een gevoel van herkenning bezorg. Die ene persoon, die zal ik bij het schrijven in gedachten houden. Ik hou van Maria, onder meer vanwege haar eerste antwoord aan de engel Gabriël: „Maar hoe moet dat dan?” Ze zag het nog niet gebeuren, maar het zou zijn weg wel vinden. Op dezelfde manier weet ik dat ik vertrouwen mag hebben. De teksten spreken immers altijd.

 
 

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €44
tot eind 2021

Registreer je hier