Medemens

Standpunt

”Vorige maand vertoefde ik een weekend in de Elzas. Ongetwijfeld kent u die streek, wellicht kwam u er ook al eens. Het is een lieflijke regio, met een golvend landschap, geboetseerd door eeuwenoude wijngaarden, bezaaid met alleraardigste dorpjes. Vakwerkhuizen, oude schuren, ooievaarsnesten op schoorstenen, uitnodigende restaurantjes die een gulle keuken serveren. Kortom, een stukje hemel op aarde.
Het perfecte plaatje? Heel even wel, en dan toch weer niet. Vanuit het charmante dorpje Andlau reden we westwaarts de bergen in. Een slingerende baan voerde ons door donkere bossen naar het desolate Le Hohwald, hoog in de Vogezen. Haast intuïtief namen we daar de afslag naar Natzwiller, een naam die me bekend voorkwam, maar niet meteen een belletje deed rinkelen. Tot ik, op een volstrekt desolate bergpas, een imposante toren zag staan. Toen herinnerde ik me: hier ligt Struthof, een voormalig concentratiekamp van de nazi’s.
De lucht was intussen grijs en dreigend, de thermometer van de wagen gaf het vriespunt aan, het begon lichtjes te sneeuwen. Het leek alsof het weer zich aanpaste aan de plek. Grauwe ellende verdient een sombere hemel. We voelden dat we dit verdoemde oord moesten bezoeken. We waren er nagenoeg alleen.
Het museum, de barakken, het kampterrein, de wachttorens, alles maakte een verpletterende indruk. „La France aux Français”, schreeuwde een krantenkop uit de jaren 1930. Eigen volk eerst, weet u wel. Sommige mensen leren nooit. Het is gruwelijk te zien hoe de nazi-ideologie mensen ontmenselijkte. Elke waardigheid werd hen ontnomen, ze werden gereduceerd tot uitschot en slachtvee.
Hoe doe je zoiets? Welke knop kan een mens in zijn hersenen omdraaien om een ander niet langer te beschouwen als medemens? Welk deel van je eigen mens-zijn moet je uitschakelen om beul te worden, om een ander te mishandelen, Laten we als christenen altijd de tegenbeweging zijn, overal waar haat opduikt te vernederen, te bespuwen, uit te roeien? En vanuit gelovig perspectief: hoe diep moet je God begraven om zo goddeloos te zijn? Er bestaat geen God die van ons verlangt of duldt dat we een ander dat soort gruwel aandoen.
En toch doen we het. Telkens weer in de geschiedenis zien we hoe mensen duivels worden door zichzelf wijs te maken dat de ander moet worden uitgeroeid. Op die logica waren vernietigingskampen gebouwd. Alles begint steeds weer met de indeling van de mensheid in twee groepen, wij (de goeden) en zij (de slechten).
De mensenliefde die God van een christen verlangt, is nochtans niet gericht op de eigen kring, maar juist op wie het verst van ons is verwijderd. Christus zelf formuleerde het scherp: „Maar Ik zeg u: bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als gij bemint die u beminnen, wat voor recht op loon hebt gij dan? Doen de tollenaars niet hetzelfde? En als gij alleen uw broeder groet, wat voor buitengewoons doet gij dan? Doen de heidenen dat ook niet?” (Mattheus 5, 43-48).
Die radicale boodschap is onverzoenbaar met haat en uitsluiting. Wie een ander ontmenselijkt, verliest zijn eigen menselijkheid en verjaagt God. De haat die op zo veel plekken in de wereld wordt gepredikt, ook vandaag nog, door politici, media of geestelijke leiders, kan nooit verzoenbaar zijn met ons christelijke geloof. Daaraan moest ik denken toen we uit de bergen afdaalden, weg van Struthof, terug naar de lieftallige Elzas, waar het goede leven rijkelijk vloeit. Een schokkend contrast, bron van scherp besef.
Laten we als christenen altijd de tegenbeweging zijn, overal waar haat opduikt, telkens wanneer anderen niet gewoon mens mogen zijn.”

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €15
tot eind 2019

Registreer je hier