‘Carpoolen met medegelovigen, dat is pas gemeenschap vormen’

Klapstoel
Pierre Breyne
Vicaris-generaal in Brugge

In 2013 ging Pierre Breyne (71) met pensioen als gedelegeerd bestuurder van Dienstencentrum GID(t)s. Achtereenvolgens werd hij deken en federatiemoderator, vicaris van onderwijs en vicaris-generaal bevoegd voor patrimonium en financiën. „Vreemde werelden zijn dat niet”, zegt hij. „Ik geloof in de ‘geheelheidspastoraal’ en niet in schotten tussen parochies, onderwijs en zorg.”

Toen Pierre Breyne aan het hoofd stond van een centrum voor mensen met een beperking, noemde hij zich „ondernemer in hoofdberoep en priester in bij-beroep”. Ruim 25 jaar later mocht hij, als afscheidnemend moderator in de pastorale eenheid Assebroek, een opvolger suggereren en wees hij vastberaden naar een leek. „Ik ging altijd waar ik word gestuurd, zoals een goede rentmeester”, zegt Breyne. „Ik ben alleen te nemen zoals ik ben.”

Pierre Breyne: „We zitten zo vast in het klerikale model, dat we ons te pletter dreigen te lopen.” © Violet Corbett Brock
Pierre Breyne: „We zitten zo vast in het klerikale model, dat we ons te pletter dreigen te lopen.” © Violet Corbett Brock

– In 2013 was u een relatieve nieuwkomer in de parochiepastoraal. Wat trof u aan?
Ik zag dat parochies zich in de loop de jaren vooral hadden teruggetrokken in het kerkgebouw en het overige te weinig behartigden. Om in Assebroek de pastorale eenheid op poten te zetten, omringde ik me met leden van de federale stuurgroep, maar ook met kritische stemmen. We moeten immers bij uitstek luisteren naar mensen die afstand namen van de Kerk, niet omdat ze tegen haar zijn, maar omdat ze meer van haar verwachten. Zij vertellen ons waar we naartoe moeten. De missietekst van Assebroek begint nu bij de zorg voor mensen. De Kerk mag niet rusten zolang iemand het gevoel heeft dat hij aan zijn lot is overgelaten. Vanuit die houding vormen we een gemeenschap en die inspireren we met vieringen, brood en wijn delend naar Jezus’ voorbeeld. Er wordt vaak omgekeerd geredeneerd, alsof de gemeenschap zich in de vieringen vormt en pas als ze wat tijd overheeft voor de mensen zorgt.
Het is niet de schaalvergroting die gemeenschappen verzwakt. Wanneer je bent aangestoken door hetzelfde vuur, vind je elkaar ook als je niet in dezelfde straat woont. In Assebroek carpoolen mensen nu naar de centrale viering. Ze spreken vooraf af, praten in de auto en komen achteraf misschien nog even binnen bij elkaar. Zo vorm je een hechtere gemeenschap dan als mensen uit dezelfde wijk de mis bijwonen en weer naar huis wandelen zonder iemand te hebben gesproken.
– Is het traject in Assebroek een voorbeeld?
Ik geloof in elk geval in praktijkmodellen. Ik zat ooit in het bestuur van het Vlaams Fonds, dat het hele budget van de sector voor mensen met een beperking beheerde, maar gaf dat op om mijn eigen instelling meer aandacht te geven. Innoveren doe je door dingen uit te proberen aan de basis, veeleer dan door aan te top punten en komma’s aan te passen. Bij mijn afscheid werd gezegd dat de instelling inspireerde, net omdat ze vaak buiten de lijntjes kleurde. Dat gebeurde echter van onderuit.
De Kerk zou de basis meer ruimte tot vernieuwing moeten bieden, maar zit nog te vast in het oude hiërarchische, klerikale en juridische denken. We dreigen ons te pletter te lopen. Als de Kerk niet vernieuwt, heeft ze over „We missen antennes om de noden in de samenleving aan te voelen” tien jaar niet veel impact meer. Ik geloof daarentegen genoeg in de Heilige Geest om te vertrouwen dat ze zal overleven, maar hoe wordt een verrassing.
– Moeten we daarbij kijken naar talenten van priesters, zoals uw ondernemerszin?
Het is in elk geval niet goed om iemand die daar niet in de wieg voor is gelegd eindverantwoordelijkheid te geven. Twee eeuwen geleden stonden onderpastoors in voor de zorg voor mensen. Terwijl pastoors zich met de Kerk zelf bezighielden, kwamen zij bij mensen thuis. Ze deden aan noodhulp, maar zochten ook structurele oplossingen voor noden. Aan de basis van veel religieuze congregaties lag een onderpastoor. Het waren heuse ondernemers. De rol van die congregaties loopt nu ten einde en dat is niet erg. Ze zijn goede rentmeesters geweest van de taak die hun werd toevertrouwd. Heeft de Kerk echter nog antennes om de huidige noden aan te voelen? De noden van vluchtelingen, van jongeren die het niet meer zien zitten?
– Hoe kijkt u naar evoluties in de zorgsector?
Ik volg de sector niet van dichtbij, maar stel vast dat goedbedoelde vernieuwingen de mist ingaan omdat ze niet consequent worden uitgevoerd. Kijk naar de tewerkstelling van mensen met een beperking. Terwijl de middelen naar de werknemers hadden moeten gaan, voor aanpassing van werkplaatsen en begeleiding, zitten we nog steeds vast aan de oude erkenningen van beschutte en sociale werkplaatsen. Het M-decreet rustte dan weer op het leerzorgkader van toenmalig onderwijsminister Frank Vandenbroucke (sp.a), een goed plan. Opvolger Pascal Smet (sp.a) holde het uit, waarna Hilde Crevits (CD&V) het moest uitvoeren. Inclusie is maken dat mensen met een beperking maximale kansen hebben om zich te integreren waar ze wonen, leren, werken en zich ontspannen. Dat is het doel, niet naar het gewoon onderwijs te gaan. Een Hebreeuws woord uit het Oude Testament dat wij vertalen als ‘zonde’ betekent letterlijk ‘je doel niet bereiken’. Een onderwijs dat doel en middel verwart, is verkeerd bezig, net als een ziekenhuis dat niet draait om de patiënten vooruit te helpen, maar om de apparatuur af te betalen of een Kerk die er niet is om het evangelie waar te maken, maar om als instituut te overleven.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €25.5
tot eind 2019

Registreer je hier