Butsen en builen

Standpunt

”Over God werden al zo veel boeken bijeen gepend, dat je er moeiteloos een volledige bibliotheek mee kunt vullen. Je zou dan denken dat we met al die wijsheid nu echt wel alles weten over God. Niets is minder waar. We begrijpen nog geen fractie van God. Hooguit kennen we enkele wegwijzers die in zijn richting wijzen of koesteren we enkele beelden die, binnen de beperkingen van ons menselijke verstand, een aanwijzing bieden van wie God zou kunnen zijn.
Precies daarom zijn die beelden zo belangrijk. De Bijbel staat er vol van. Jezus gebruikte voortdurend beelden. Hij vergeleek God met een wijngaardenier, met een man die een bruiloft organiseert, met een boer die dagloners in dienst neemt… Het zijn stuk voor stuk vergelijkingen die God vertalen naar een menselijk tafereel. Het beeld dat Jezus het vaakst gebruikt, is dat van een vader. Daarmee bedoelt Jezus niet enkel dat God zijn eigen Vader is, maar ineens de Vader van iedereen. We hebben nochtans allen een biologische vader in deze wereld. Niettemin – of juist daarom – is het beeld van een vader (of van een moeder, zo u wilt) zo krachtig. Het geeft ons de kans om toch minstens een idee te krijgen van wie God voor ons is.
Velen worstelen met de vraag: als God zo veel van de mensen houdt, waarom staat Hij dan toe dat we lijden? Ook daarover werden al hele bibliotheken bijeen geschreven. Het resultaat? Op de lijdensvraag kent niemand een antwoord dat ons honderd procent bevredigt. Als we evenwel de beeldspraak van een vader hanteren, krijgen we toch een beetje houvast.
Wat doen we als vader of moeder met ons kind wanneer het ongeveer een jaar oud is? We leren het lopen. Nochtans weten we bij voorbaat dat ons kind zal vallen en zich daarbij zal bezeren. God is een vader die zijn kinderen zo graag ziet, dat loslaten zijn enige optie is Dat weten we absoluut zeker. Nog nooit leerde een kind lopen zonder te struikelen, te vallen, ergens tegenaan te lopen. Leren lopen gaat niet zonder pijn of tranen. Naar de normen van zo’n peuter is dat groot leed. Toch kiezen we er als ouder niet voor om ons kind levenslang in een kinderwagen te houden. Hoewel die keuze het kind zou vrijwaren van vallen en pijn, kiezen we toch voor het lopen, en dus voor de pijn. Waarom? Omdat we ons kind vrijheid gunnen. We willen het de kans geven te leven, te ontdekken, op eigen benen te staan en de wereld te verkennen.
Is dat sadisme? Nee, het is liefde. De liefde van een ouder voor een kind vertaalt zich niet in voortdurende bescherming, maar in durven los te laten.
Leert ons kind fietsen, dan herhaalt zich hetzelfde scenario. Het valt gegarandeerd. Niet één keer, maar vele keren. Bloedneuzen, schrammen en blauwe plekken, geschaafde knieën en gekneusde ribben, dat alles overkomt ons kind wanneer we het leren fietsen. Toch is kunnen fietsen belangrijker dan het vermijden van alle pijn en leed. Zo gaat het een leven lang, bij elke nieuwe stap in het leven van ons kind. Van het afscheid aan de schoolpoort tot het eerste liefdesverdriet, geen enkele overgang blijft gespaard van leed.
Hebben we daarmee een bevredigende verklaring voor kanker en hartkwalen, voor kinderen die verongelukken of mensen die veel te jong sterven, voor oorlog en geweld? Nee, in al die zaken kunnen we nooit berusten. Maar misschien, heel misschien, helpen die beelden om te begrijpen dat een God die van ons houdt, ons niet levenslang in een beschermende kinderwagen plaatst. Hij laat ons leven, met alles wat daarbij hoort, ook al levert dat zonder een spatje twijfel ook leed en pijn op.
De butsen en de builen wijzen niet op een sadistische God, noch bewijzen ze dat Hij niet bestaat. Ze vertellen ons dat een vaderlijke God zijn kinderen zo graag ziet, dat loslaten zijn enige optie is.”

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €22
tot eind 2018

Registreer je hier