(Uit)lachen

Standpunt

”Een franciscaan, een dominicaan en een jezuïet komen tegelijk aan in de hemel. De franciscaan en de dominicaan worden vergast op een heerlijke maaltijd. De jezuïet ook, maar in zijn geval is het Jezus zelf die achter het fornuis staat. De twee anderen protesteren tegen de voorkeursbehandeling voor de jezuïet. Sint-Pieter antwoordt echter: „Het zit hier al vol met franciscanen en dominicanen, maar hij is de eerste jezuïet die hier binnenkomt.”
Met die en andere grappen steekt Nikolaas Sintobin de draak met jezuïeten in zijn boek Jezuïeten grappen. Humor en spiritualiteit. Hij mag dat, want hij is zelf een jezuïet. Of is dat te kort door de bocht? Mag men enkel lachen met een bevolkingsgroep wanneer men er zelf toe behoort? En mogen buitenstaanders bijgevolg geen grappen maken? Rik Torfs klaagde dat fenomeen recentelijk aan in zijn column in Het Laatste Nieuws: „Vrouwen mogen met vrouwen lachen, mannen niet. Moslims met moslims, atheïsten niet. Afro-Amerikanen met Afro-Amerikanen, joden niet. Niet de kwaliteit van de humor telt, maar de persoon van de humorist.”
Bewees de komiek Philippe Geubels dan niet het tegendeel in zijn bejubelde televisieprogramma Taboe? Hij stak daar toch de draak met ongeneeslijk zieken, migranten en zwaarlijvige mensen? Ja, maar pas nadat ze eerst een week samen op vakantie gingen. Hij moest als het ware één van hen worden vóór hij met hen mocht lachen. De betrokkenen ervoeren zijn grappen als die van een vriend. Een wildvreemde had dezelfde grappen niet kunnen maken.
Dat brengt ons terug bij het thema ‘lachen met religie of geloof’. In dit nummer leest u een opiniestuk van zuster Maria Van Doren. Zij stoorde zich aan een toneeltje in Bokrijk, waarin een pastoor uit lang vervlogen tijden wordt geïmiteerd. In Latijns-Amerika, waar ze jarenlang woonde, wordt het geloof ernstig genomen. In Vlaanderen ervaart ze spot. „Moslims zouden sneller reageren, zelfs met geweld. Humor is absoluut noodzakelijk in het leven, ook in geloofskwesties Waarom laten wij, christenen, dan spot toe? Waarom zwijgen wij?”, vraagt ze zich af. Die vraag is scherp, want toen Deense cartoonisten bedreigd werden na het spotten met de islam, kregen moslims de kritiek dat ze onverdraagzaam reageerden.
Het valt niet mee om de juiste balans te vinden. Humor is absoluut noodzakelijk in het leven, ook in geloofskwesties. In Cardoner, een tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit, zegt Nikolaas Sintobin: „Humor laat de relativiteit zien van elke menselijke uitdrukking van de absolute waarheid. Zodoende opent de humor een ruimte waar plaats is voor vrijheid en voor het stellen van vragen.” Tegelijk voegt hij eraan toe dat „de humoristische opmerking allereerst moet ingegeven zijn door liefde en eerbied voor de betrokken persoon”. Daarmee sluit hij naadloos aan bij Philippe Geubels. Zelf ervaar ik dat ook. Mijn dochter drijft dagelijks de spot met mij (en met Kerk & leven), maar ze mag dat, want het is liefdevol bedoeld.
Vlaamse katholieken hebben een lange traditie van moppen over pastoors en nonnen, over Kerk en geloof. Ook die zijn liefdevol, zelfs wanneer ze scherp zijn. Ja, zelfs over cruciale geloofskwesties, zoals de kruisiging of de verrijzenis, bestaan grappen. Terwijl die vroeger moeiteloos werden aanvaard, liggen ze vandaag gevoeliger. Dat komt omdat het katholicisme niet langer de dominante levensbeschouwing is. Wie tot een minderheid behoort, voelt zich sneller bedreigd. Grappen komen dan harder aan. We ervaren de verteller niet langer als een vriend, als één van ons.
Laten we als gelovigen toch maar de gezonde middenweg bewandelen. We moeten onze overtuiging niet laten ridiculiseren, maar tegelijk mogen we ons gevoel voor humor niet verliezen. Dat geldt trouwens voor alle overtuigingen. Zolang een grapjas niemand wil kleineren, zolang lachen geen uitlachen wordt, is humor beslist een parel aan de kroon van de schepping. En lachen is nog gezond ook.”

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €15
tot eind 2018

Registreer je hier