‘Paus Franciscus schroeft de pauselijke onfeilbaarheid terug’

Klapstoel
Ignace Berten
Dominicaan

In 1958 trad Ignace Berten in bij de predikheren. Later werd hij docent aan het Internationaal Instituut Lumen Vitae, tijdelijk opgedoekt in 1975. Vanuit het Centre de formation Cardijn gaf hij vorming aan het volk. Hij maakte reizen naar Latijns-Amerika, schreef boeken en droeg bij aan de reflectie over de Europese Unie. In Quand la vie déplace la pensée croyante blikt hij terug als theoloog.

Het Tweede Vaticaans Concilie, de bevrijdingstheologie, zijn persoonlijke geloofservaring. Die bronnen van theologisch denken maken Ignace Berten (81) tot een kind van zijn tijd. Dat ‘kind’ moest wel soms de ‘vaderlijke’ hand voelen van het kerkelijke leergezag. „Johannes-Paulus II en Benedictus XVI blokkeerden de evolutie die in gang werd gezet door Vaticanum II, een verlies dat paus Franciscus weer goedmaakt”, klinkt het stellig.

Ondanks de moeilijkheden die hij ondervond, is Ignace Berten een gelukkige theoloog en dominicaan. © Bart Dewaele
Ondanks de moeilijkheden die hij ondervond, is Ignace Berten een gelukkige theoloog en dominicaan. © Bart Dewaele

– Uw geloof en denken werden sterk beïnvloed door het Tweede Vaticaans Concilie en de bevrijdingstheologie. U bent een kind van uw tijd. Bemerkt u bij jongere katholieken een teruggrijpen naar meer traditionele elementen?
Je ziet inderdaad wel dat bijvoorbeeld jongere religieuzen of priesters opnieuw wat traditioneler zijn. Dat merken we ook bij onze jongere confraters. Ik denk dat dat te maken heeft met het wegvallen van de aloude zekerheden in onze hedendaagse cultuur. God en allerlei morele waarden en normen zijn niet langer vanzelfsprekend. Om de onzekerheid die dat met zich meebrengt het hoofd te bieden, gaan sommigen hun identiteit duidelijker uitdrukken. Je ziet die neiging niet enkel bij katholieken, maar ook bij moslims en bij vrijzinnigen. Ik probeer dat te begrijpen, maar het verontrust me wel wat. Nu, we mogen die evolutie ook niet overdrijven. Zo is ze bij ons minder sterk dan in Frankrijk bijvoorbeeld.
– Het concilie ging volgens u terug naar de kern, onder meer door de Schrift opnieuw centraal te plaatsen. Evangelicale herstelbewegingen in de jaren 1970 en 1980 kwamen met diezelfde Bijbel in de hand uit bij heel andere overtuigingen dan pakweg de bevrijdingstheologie. Kun je met de Bijbel niet alle kanten uit?
Je moet de Bijbel altijd interpreteren en verschillen in interpretatie waren er altijd in de kerkgeschiedenis. Iedereen maakt onvermijdelijk keuzes tussen bepaalde teksten, ook wie beweert dat niet te doen. Dat zie je al gebeuren in het evangelie zelf, bij Jezus’ beproeving door Satan in de woestijn. Beiden citeren andere verzen uit de Schrift. Vanuit een kritische Bijbeluitlegging moet je echter wel je keuzes kunnen onderbouwen. Dat doet niet iedereen en dat maakt soms dat er met Bijbelverzen of kerkelijke documenten wordt gegooid om bepaalde posities te bewijzen. Je moet ook altijd de openheid bewaren, want je kunt je steeds vergissen. Dat geldt voor iedereen.
Trouwens, ook het leergezag in de Kerk maakt keuzes. Dat zag je duidelijk tijdens de bisschoppensynode over het gezin enkele jaren geleden. Zo citeert paus Franciscus in zijn postsynodale aansporingsbrief „Ook het leergezag in de Kerk maakt keuzes Amoris laetitia uitvoerig uit Humanae vitae van Paulus VI en uit Familiaris consortio van Johannes-Paulus II, maar hij verwijst daarbij nergens naar de scherpe conclusies uit die documenten inzake het gebruik van voorbehoedmiddelen of het al dan niet weigeren van de communie aan wie hertrouwde na een echtscheiding.
– U zegt dat Johannes-Paulus II en Benedictus XVI de vernieuwing van het concilie afremden. Hoezo?
Het Eerste en Tweede Vaticaans Concilie gaven de paus weliswaar de onfeilbaarheid, maar onder strikte voorwaarden. Ten tijde van Johannes-Paulus II bedacht kardinaal Ratzinger, de latere Benedictus XVI, naast ‘onfeilbare waarheden’ ook het concept van ‘definitieve waarheden’. Die theologische nieuwigheid was een onterechte uitbreiding van de macht van de paus, maar kreeg in het kerkelijk recht een haast gelijkwaardig statuut als de onfeilbaarheid. Ze werd meteen toegepast op de uitsluiting van vrouwen van de priesterwijding en de uitsluiting van hertrouwde gescheidenen van de sacramenten.
– Paus Franciscus gaat echter in tegen die ontwikkeling, meent u?
Hij brengt weer openheid met zijn synodale weg. Zonder het zo te zeggen, schroeft paus Franciscus die pauselijke onfeilbaarheid terug, bijvoorbeeld door zijn vele spontane uitspraken. Die uitspraken zijn niet altijd even gelukkig gekozen en soms zegt hij dingen waarmee ik het hoogst oneens ben – hij blijft tegelijk erg conservatief. Door die spontaniteit ontdoet hij zijn eigen spreken echter van dat aura van een absoluut karakter.
– De Kerk is dus nog niet klaar met de uitvoering van het concilie?
Neen, zo werd de rol van de lokale bisschop wel al geherwaardeerd, maar niet de samenhang ervan met het geloofsaanvoelen van de gelovigen en met het denkwerk van theologen. Het concilie wees op de onderlinge relatie van die drie, maar sinds Humanae vitae negeerden de pausen te vaak die laatste twee. Ook het volk en de theologen zijn echter niet vrij van vergissingen. Je hebt dus voortdurende dialoog nodig tussen die drie. Dat is volgens mij de kern van de synodaliteit.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €47
tot eind 2022

Registreer je hier