‘De Heilige Geest kan niets doen groeien als wij niet zaaien’

Klapstoel
Mark Janssens
Klara-presentator

Hij maakt radio omdat hij wil delen wat hij zelf door de muziek beleeft en stelt zich de luisteraars voor als een doorsnede van de wereldbevolking. „Al laat ik een stuk muziek horen dat ik al honderden keren beluisterde, het is altijd voor iemand de eerste keer”, zegt Mark Janssens (50). „Het gaat niet om mij. Ik ben een doorgeefluik voor een schoonheid die ik niet omschreven krijg.”

In de zomer haalt Mark Janssens, naast boeken die hij nog niet gelezen kreeg, niet-beluisterde muziek in. Hij kent echter ook dagen van volstrekte stilte. „Voor zover die bestaat”, zegt hij. „Voor een programma in het najaar trok ik laatst door Frans-Vlaanderen met dirigent Paul Van Nevel. Hij merkte op hoe stil het daar moet zijn geweest in de tijd van de polyfonisten. Enkel hier en daar in de Westhoek hoor je nu soms slechts de wind en de vogels.”

Mark Janssens: „Een kerk moet meer zijn dan een plek waar de bakken vol zitten met brandende kaarsen.” © Bart Dewaele
Mark Janssens: „Een kerk moet meer zijn dan een plek waar de bakken vol zitten met brandende kaarsen.” © Bart Dewaele

– Straks trekt u naar Lourdes. Wat zoekt u er?
Tien jaar geleden kwam ik er voor de eerste en enige keer. Een goede vriend komt er sinds zijn tienerjaren minstens jaarlijks. Hij probeerde me al lang te overtuigen om mee te gaan, maar ik heb altijd mijn vragen bij dergelijke devotieplekken. Draait het er wel nog om de essentie van het geloof? Maria is voor anderen dé weg naar geloof, maar niet voor mij. Toen ik in 2008 echter toch in Lourdes kwam, werd ik overdonderd door de intensiteit, schoonheid en menselijkheid van de plek. Het is een andere wereld, waar je taferelen ziet die bij ons verdwenen zijn, zoals jongeren die massaal ouderen helpen. Iedereen is er zichzelf, met alles wat hij meemaakte. Daarin zit de genezende kracht van de plek. Mensen rapen zichzelf daar bij elkaar en kunnen voort.
Nu reis ik met een vrouw uit de parochie, die tachtig werd en beloofd had dat ze dan naar Lourdes zou trekken. Ze vroeg drie medeparochianen mee. Het wordt emotioneel voor haar en ik ben vereerd dat ik daar getuige van mag zijn.
– Waarom engageert u zich in een parochie?
Ik ben ervan overtuigd dat ik het geloof niet enkel privé moet beleven, maar ook in gemeenschap. Het woord en de muziek zijn voor mij heel belangrijk en daar houd ik me in de parochiewerking dan ook mee bezig. Net zoals veel generatiegenoten koos ik zelf een parochie, die een gemeenschap vormt en een liturgie viert waarin ik me herken. Ik ben geen traditionalist, maar ik zou me minder thuis voelen op een plek die actief de wereld binnenhaalt in de liturgie. Het geloof moet van deze tijd zijn en tegelijk is het een boodschap aan die tijd dat er iets anders te vertellen valt. Die tijdloosheid is de grote rijkdom van het christendom, maar ze maakt het ook moeilijk. We herhalen steeds het zelfde, omdat het zo waar is, maar dat ligt vreemd in een tijd die gelooft in wat een begin en een einde heeft en die wegvlucht van de eeuwigheid.
– Hoe kan de Kerk in die tijd vorm krijgen?
We moeten in elk geval niet te veel rekenen op de Heilige Geest. Verantwoordelijken die niet meer weten wat ze moeten zeggen, stellen vaak dat „Molokaï had geen tien Damianen nodig. De kracht van het christendom zit niet in het getal” de Geest zijn werk wel zal doen. Ik denk echter dat we vooral zelf moeten stilstaan bij wat we kunnen en willen betekenen vandaag. De Geest zal dan wel aan de slag gaan met wat wij op tafel leggen. Als wij niet zaaien, kan Hij niets laten groeien. Sommige mensen hebben het echter opgegeven. Dat defaitisme gaat nochtans in tegen de basis van wat we geloven. Christus zei dat Hij er zou zijn, ook als we maar met twee zijn, alsof Hij een glazen bol had en wist dat de christenen in bepaalde periodes met weinig zouden zijn. Twee gelovigen zijn even waardevol als een volle kathedraal. Molokaï had geen tien Damianen nodig. Die ene inspireerde in zijn eentje ontelbaar veel mensen. Onze kracht zit niet in het getal. Ik denk dan ook dat we actief moeten kiezen voor plekken waar we een waardevol aanbod kunnen en willen uitbouwen en niet voor plekken waar er liturgie is omdat dat als een verplichting voelt.
– Is de Kerk daar klaar voor?
Er heerst een zekere angst om de discussie aan te gaan, alsof iets bediscussiëren hetzelfde is als het opgeven. Er is ook een generatiekloof. In onze kerken zitten mensen voor wie dat vanzelfsprekend is en tot op hun laatste dag zal zijn, en jongere mensen voor wie geloven al sinds hun tienerjaren een zoektocht is. Een nieuwe generatie begint echter aan die zoektocht, van tussen het puin van een wereld waarin te weinig vragen worden gesteld. Als Kerk moeten we willen nadenken over hoe we op hun vragen willen antwoorden. Waar kunnen ze anders terecht? Een kerk moet meer zijn dan een plek waar de bakken vol zitten met brandende kaarsen. Daarom moeten we hier en daar ten volle durven te experimenteren, niet met een drumstel in de liturgie, zoals in de jaren 1970, maar met manieren om talentvolle en gedreven mensen te laten getuigen in onze liturgie. Als we dat niet doen, wordt de Kerk ofwel een star groepje ouderen van wie de laatste het licht dooft of een groep jongeren die geloven zien als een statement, zwart-wit en onverdraagzaam. De weg daartussen moeten we vinden. Ik denk dat dat is wat ook paus Franciscus zou willen, had hij niet de strop om zijn nek van een structuur die zichzelf in stand houdt om niets dan de structuur.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €15
tot eind 2018

Registreer je hier