‘Levensmoeheid houdt de samenleving een spiegel voor’

Klapstoel
Chris Gastmans
Bio-ethicus

In Kwestbare waardigheid kijkt Chris Gastmans, verbonden aan de KU Leuven, met een ethische bril naar zes zorgsituaties aan het begin en het einde van een mensenleven. Richtlijnen formuleren over goed en fout is daarbij niet de bedoeling, wegwijzers planten voor mensen in de praktijk wel. „Een ethicus begeleidt, met respect voor de gewetensvorming van betrokkenen.”

Waardigheidsbevorderende zorg, zo had het boek ook kunnen heten. „Maar dat zag de uitgever niet zitten”, lacht Chris Gastmans (55). „Het klinkt inderdaad niet, maar het verwoordt wel exact wat ik wil stimuleren. Wanneer iemand zorg nodig heeft, en bij uitstek kwetsbaar is, is een ideale situatie vaak niet haalbaar. We kunnen via de zorg echter wel zoveel mogelijk waardigheid proberen te realiseren. Dat maakt ethiek tot het kloppende hart van de zorg.”

Chris Gastmans: „Seksualiteit verdwijnt niet met de leeftijd of de verhuizing naar het woon-zorgcentrum.” © Marco Mertens
Chris Gastmans: „Seksualiteit verdwijnt niet met de leeftijd of de verhuizing naar het woon-zorgcentrum.” © Marco Mertens

– Schreef u uw boek omdat de medische ethiek toe is aan verandering?
Ze is permanent in verandering, omdat haar object, de gezondheidszorg, dat is. „Mag alles wat kan?”, luidt voor mij de centrale vraag. Dat is een cliché, maar het is ook zo dat die vraag nooit eens en voor altijd beantwoord kan zijn. De context waarin we ze nu stellen, is dat de oude levensbeschouwelijke profilering van de zorg wordt vervangen door een dominante technologische en bedrijfsmatige cultuur. Het is een reëel gevaar dat daardoor ontwaarding ontstaat, waarbij morele waarden geen leidraad meer vormen. Dat zou leiden tot onmenselijke situaties.
– U biedt een alternatief voor de principe- benadering van de ethiek. Waarom?
Die gangbare benadering stelt dat een ethisch conflict altijd een conflict is tussen twee of meer van vier ethische principes, autonomie, geen kwaad doen, goed doen en rechtvaardigheid. Dat is een hanteerbare werkwijze. Bovendien spoort ze, met haar nadruk op respect voor de autonomie, met de hedendaagse context. De realiteit is echter dat autonomie vaak beperkt aanwezig is en dat de principe-ethiek te simpel is om de complexiteit van ethische problemen te begrijpen. Ik beschrijf in het boek een werkwijze waarbij je drie invalshoeken combineert om een probleem te vatten. Naast de ethische principes is dat de ervaringskennis. Hoe voelt het voor een psychiater wanneer een patiënt vraagt om euthanasie? De derde invalshoek is de medische kennis. Wat weten we over levensmoeheid bij ouderen? Bitter weinig, zo bleek toen ik met die specifieke casus bezig was voor mijn boek. De drie perspectieven geven een beter, maar ook troebeler beeld van een probleem. Hoe meer je weet, hoe beter je ziet dat je nooit een echt helder beeld kunt krijgen. Dat lijkt me een meer eerlijke manier om met ethische problemen om te gaan dan het zuiver reflecteren vanuit theoretische principes of, aan de andere van het spectrum, de houding dat alles moet kunnen vanuit een absoluut zelfbeschikkingsrecht.
– U pleit voor ethische creativiteit. Wat is dat?
Wanneer ik bijvoorbeeld naar een casusbespreking in een ziekenhuis trek, hoed ik me ervoor het antwoord op de voorliggende „Mensen willen niet zomaar gelijk welke zorg, zelfs niet in een extreme situatie” vraag al vooraf te kennen. Als we zo veel mogelijk waardigheid willen realiseren, dan moeten we creatief zijn. Betrokkenen moeten de ruimte krijgen om zelf na te denken, hun geweten te vormen en tot een oordeel te komen, eerder dan dat een ethicus dat voorzegt. De ethicus zet wel wegwijzers uit voor hoe je met een complex probleem kunt omgaan. Hij begeleidt, met maximaal respect voor het geweten van de betrokkenen.

– Onder de zes situaties in uw boek vinden we ook levensmoeheid bij ouderen en seksualiteit in een woon-zorgcentrum. Waarom?
In haar beginjaren was de medische ethiek vooral bezig met extreme beslissingen aan het begin en het einde van het leven, nu houdt ze zich ook almaar vaker bezig met het dagelijkse leven. Seksualiteit is daarvan een essentieel onderdeel. De context van een woon-zorgcentrum belemmert dat ontzettend. Nochtans verdwijnt seksualiteit niet met de leeftijd of met het verhuizen. Het blijft betekenis geven. Een aantal decennia geleden meenden we ook nog dat maaltijdzorg weinig zin had in het woon-zorgcentrum, dat het volstond dat de bewoners de juiste voedingsstoffen binnenkregen. Ook maaltijden geven echter betekenis. Net zoals intimiteit plaatsen ze het dagelijks leven in een zinvolle context. Dat voorkomt levensmoeheid.
Die veelvoorkomende levensmoeheid houdt onze samenleving overigens een spiegel voor. Wat zegt het over ons, en wat voor zorg bieden we, als een redelijk deel van de ouderen, die niets te kort komen, eigenlijk liever dood zou willen zijn?
– Droeg de coronapandemie iets bij aan uw denken?
Ik stelde vast dat ethiek ook in de pandemiezorg wel degelijk het kloppende hart was. Iedereen was plotseling kwetsbaar en daarop ontplooide zich een heel zorgarsenaal. Bij elke stap, of het nu de inrichting van de intensive care was of het gebruik van de corona-app, werden meteen bijbehorende ethische vragen gesteld, niet enkel onder experts, maar ook in de media. Mensen willen niet zomaar gelijk welke zorg, zelfs niet in een extreme situatie zoals een pandemie. Ze willen zorg die hun kwetsbare waardigheid respecteert. Dat werd de voorbije tijd perfect geïllustreerd.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €18
tot eind 2021

Registreer je hier