Missionair

Standpunt

Nu kardinaal De Kesel na een zware persoonlijke strijd zijn opdrachten herneemt, is het een goede gelegenheid om Geloof en godsdienst in een seculiere samenleving ter hand te nemen, het boek dat hij schreef tijdens zijn ziekte. Al in het voorwoord zegt hij: „Ik wil helpen begrijpen hoe de Kerk in haar diepste wezen missionair is en hoe God haar geroepen heeft om zijn Liefde aan allen bekend te maken.” In het hoofdstuk Een missionaire Kerk lezen we voorts: „Is het niet juist haar opdracht, al zeker in een geseculariseerde samenleving, missionair te zijn?”
Op die vraag antwoordt de kardinaal uiteraard volmondig ‘ja’. Tegelijk voegt hij er een pertinente kwestie aan toe: „De vraag is dus niet of de Kerk missionair moet zijn. De vraag is wel hoe ze dat moet zijn.” Wie zijn antwoord wil ontdekken, leest best het volledige boek. Hier beperken we ons tot één invalshoek.
Het lijkt erop dat de Kerk een stevige worsteling met zichzelf en de wereld doormaakt. De Kerk wil wel missionair zijn in de hedendaagse samenleving, maar door de vergrijzing in haar gelederen, door een forse daling van het aantal actieve gelovigen en door het verdampen van roepingen, plooien we in de praktijk vaak terug op de liturgie. Nu is de liturgie natuurlijk niet strijdig met missionering, maar ze is op zichzelf ruim onvoldoende. In een wereld die zich steeds verder verwijdert van de Kerk is beginnen bij de liturgie een beetje zoals een beginneling naar een cursus voor gevorderden sturen.
Wat ontbreekt ons dan? De weg wordt getoond door de brief van Jakobus, waaruit we aanstaande zondag de tweede lezing horen: „Wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft als hij geen daden kan laten zien?” Met Jakobus kunnen we ons vandaag afvragen: welke daden laten wij als gelovigen zien?
Vroeger waren die daden overduidelijk, omdat de Kerk en diverse congregaties tal van instellingen runden in het onderwijs, Onze kerkgemeenschap slaagde er nog niet in een nieuwe, zichtbare rol te vinden de gezondheidszorg en de welzijnssector. Dat is nog nauwelijks het geval. Zelfs instellingen die in naam katholiek zijn, hebben nog maar een losse band met de Kerk en worden niet langer geleid door mensen met een uitgesproken geloofsprofiel. Dat is op zich niet erg, maar onze kerkgemeenschap slaagde er nog niet in die historische plek in de samenleving te vervangen door een nieuwe, zichtbare rol. Initiatieven als Broederlijk Delen en Welzijnszorg, die elke jaar campagne voeren, blijven zowel zinvol als zichtbaar, maar beperken we ons daartoe?
De kern van de zaak schuilt in de plaats die we onszelf toekennen in de samenleving. Ervaren we de hedendaagse, seculiere samenleving als een vijandige plek of als onze natuurlijke biotoop? Zien we de moderniteit als de onafwendbare oorzaak van de ontkerkelijking, of vinden we dat de Kerk zich al tweeduizend jaar aanpast aan de omstandigheden en dat nu ook maar moet kunnen? Verwachten we dat de samenleving zich op een bepaald moment vol inkeer opnieuw tot ons zal richten, of gaan we ervan uit dat wij 'uit ons kot moeten komen’ en ons tot de samenleving moeten richten?
Toegegeven, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Er bestaan geen simpele wonderformules om missionair te zijn in de moderniteit. Op vele plekken is de Kerk nochtans wel zichtbaar actief in de samenleving. Soms gebeurt dat via de parochie of de pastorale eenheid, soms via kerkbetrokken bewegingen. Dat hangt echter af van lokale initiatieven, eerder dan van een algemene strategie. Trekken we lessen uit die initiatieven? Houden we de ‘best practices’ bij, de meest succesvolle voorbeelden dus? Leren we van elkaar? Moedigen we elkaar aan, over de grenzen van lokale gemeenschappen? De missionaire Kerk schuilt vaak om de hoek, maar enkel als we de wereld om ons heen oprecht omhelzen en ongegeneerd christen durven te zijn, kunnen we de Liefde van Christus zichtbaar en herkenbaar maken.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €18
tot eind 2021

Registreer je hier