‘Geloven doe je niet van negen tot vijf’

Klapstoel
Jolien Caubergh
K-medewerker KSA en KLJ

Naar aanleiding van de Internationale Dag van de Jeugd worden jongeren vandaag, 12 augustus, wereldwijd in de bloemetjes gezet. Volgens Jolien Caubergh is geloof en spiritualiteit ook voor de Vlaamse jeugd een belangrijk thema. Als zogenoemde K-medewerker bij KSA en KLJ begeleidt ze dan ook veel jongeren in hun zoektocht naar zingeving.

 

Ook deze zomer trekken duizenden jongeren op kamp, in beperkte bubbels weliswaar. Een opmerkelijke aanwezige op kamp is God. Althans voor Jolien Caubergh, die als K-medewerker voor KSA en KLJ waakt over de christelijke waarden in beide jeugdbewegingen. „Ik houd ervan God te ontmoeten op andere plaatsen dan in de kerk”, zegt ze. Die ontmoeting vindt wel eens plaats op onverwachte momenten.

 

Jolien Caubergh: „Mij drijft de overtuiging dat God Liefde is. Het is mijn taak om die Liefde door te geven.” © Anneleen van Kuyck
Jolien Caubergh: „Mij drijft de overtuiging dat God Liefde is. Het is mijn taak om die Liefde door te geven.” © Anneleen van Kuyck

– U bent K-medewerker voor zowel KSA als KLJ. Is er inhoudelijk een groot verschil tussen beide jeugdbewegingen?
Wat ik doe, stemt voor beide bewegingen in grote lijnen overeen. Ik maak bezinningen, vieringen enzovoorts, in lijn met de pedagogische visie van beide bewegingen en met respect voor hun eigenheid. Voorts sta ik de plaatselijke afdelingen bij in hun zoektocht naar de invulling van de ‘K’ in hun namen. Het valt me op dat beide bewegingen een ander publiek aantrekken. Leden en hun ouders kiezen voor een jeugdbeweging en daarmee ook voor een bepaalde visie. Voor beide bewegingen is het echter belangrijk dat de ‘K’ zowel in de naam als in de werking wordt behouden en dat dat blijkt uit de waarden die ze uitdragen. Vriendschap, liefde en groepsgevoel zijn daar goede voorbeelden van.
– Hoe pakt u de instandhouding van de christelijke waarden in een jeugdbeweging aan?
Ik probeer vooral leden en leiding te laten kennismaken met die waarden in het jeugdwerk. Dat doe ik door met hen in gesprek te gaan, bijvoorbeeld tijdens cursussen of aan de hand van vieringen. Ik probeer er ook te zijn voor hen wanneer ze het moeilijk hebben. Dat zijn uitgesproken momenten waarop het geloof en de christelijke waarden een duwtje in de rug kunnen zijn. Ik probeer het geloof zo vaak mogelijk bespreekbaar te maken, op elk niveau.
– Het recht op spirituele ontwikkeling is verankerd in het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties. Hoe belangrijk is het geloof voor de jeugd bij ons?
Naar mijn gevoel is dat erg belangrijk. Ik stel vast dat veel jongeren op zoek zijn naar spirituele ontwikkeling. Ze stellen zich vragen als ‘Wat betekent het geloof voor mij?’ en ‘Wat kan ik eruit halen?’. Ik merk geregeld dat ze zich bewust zijn van het geloof en de kracht die ze eruit kunnen putten. Terzelfder tijd ben ik er getuige van hoe ze tijdens het spelen uiting geven aan hun vriendschap en liefde voor elkaar. Spirituele ontwikkeling kan plaatsvinden op elk moment. Tijdens de vaat op kamp heb ik geregeld fijne gesprekken met leden. Dat zijn momenten waarop kwesties als geloof ongedwongen aan bod kunnen komen. Zo vroeg een achtjarige me vorig jaar op kamp of ik alles uit de Bijbel geloof. We hebben daar toen met de afwassers met dienst een poosje over gepraat, tot het voor haar volstond. Niet dat ze het daarna helemaal met me eens was, maar ik geloof graag dat dat gesprek „De vaat is een moment waarop het geloof ongedwongen aan bod komt” haar hielp in haar eigen zoektocht.
– Hoezeer is uw persoonlijke geloof verweven met uw werk?
Mij drijft de overtuiging dat God Liefde is. Daarin geloof ik rotsvast. Ik zie het dan ook als mijn taak om die Liefde door te geven, zowel in mijn persoonlijke leven als in mijn werk. Geloven doe je immers niet van negen tot vijf. Deze baan voelt voor mij dan ook heel natuurlijk aan, aangezien ik hier geen andere persoon hoef te zijn dan buiten de werkuren. De waarden die ik in het kader van mijn functie wil uitdragen, zijn dezelfde als die waarin ik persoonlijk sterk geloof. Bovendien houd ik ervan God te ontmoeten op andere plaatsen dan in de kerk. Dat betekent uiteraard niet dat ik de eucharistieviering niet belangrijk vind, maar ik ontmoet God op allerlei plaatsen. Ik vind Hem wanneer ik bij mijn vrienden ben en wanneer kinderen samen spelen. God is ook aanwezig in gesprekken en zo geef ik vorm aan mijn geloof en mijn persoonlijke zoektocht.
– U bent de eerste leek die K-verantwoordelijke is geworden bij KSA en KLJ, in de voetsporen van nationale proosten als Dirk Decuypere. Waarin verschilt uw aanpak als leek van de zijne als priester?
Van Dirk, die mijn functie gedurende heel wat jaren vervulde, mocht ik veel leren. De groepen en de leidingploegen kennen hem goed en ik stel vast dat ze tegenover mij soms een wat meer afwachtende houding aannemen. Wat niet wegneemt dat ik overal hartelijk en met open vizier wordt onthaald. Net omdat ik geen geestelijke ben, is voor sommigen de stap naar mij minder groot. Al is het voor anderen dan weer net een drempel. Een priester boezemt nu eenmaal velen vertrouwen in. Dat ik een vrouw ben, bleek echter ook al eens een vrijgeleide voor een gesprek. Niet dat ik als vrouw op weerstand bots, hoor. Mensen zijn benieuwd naar wie er tegenover hen zit, wat mijn verhaal is en hoe ik mijn functie wil invullen.
– U bent nu een jaar aan de slag in uw huidige functie. Wat is in die tijd de grootste uitdaging gebleken?
Het voorbije jaar was een boeiende zoektocht naar manieren om een boodschap over te brengen naar een heel divers publiek. Ik doe mijn uiterste best om daarin te slagen, maar het valt moeilijk in te schatten hoeveel mensen binnen KSA en KLJ ik daarmee daadwerkelijk bereik. Ik koester alvast de hoop dat ik materiaal produceer dat dicht bij hun leefwereld staat en waarmee zij iets wezenlijks kunnen aanvatten.

 

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €15
tot eind 2020

Registreer je hier