Hij is er altijd

Standpunt

Elke lente beleven en vieren we als christenen drie belangrijke feestdagen op een rij. Bij twee van de drie ligt de vreugde voor de hand: op Pasen vieren we de verrijzenis, op Pinksteren de komst van de Geest. Tussenin ligt Hemelvaart, een hoogdag die we wat moeilijker kunnen plaatsen. Wat valt er eigenlijk te vieren op de dag dat Jezus zijn leerlingen verliet?
In de Bijbel verneem je niet echt veel over Hemelvaart. In Handelingen der Apostelen lezen we: „Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.” Dat klinkt nogal magisch in de oren van de moderne mens. De evangelist Marcus houdt het simpeler en schrijft gewoon dat Jezus werd „ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God”. Johannes rept met geen woord over Hemelvaart. En Mattheus? Daar komen we straks op terug.
Belangrijker is wellicht de vraag hoe de apostelen en leerlingen zich voelden. Volgens de Handelingen bleven ze „eensgezind volharden in gebed”, maar ik wed dat angst en onzekerheid ook nooit veraf waren. Voelden ze zich verlaten en in de steek gelaten? Blijkbaar bleven ze vooral binnen in het cenakel, de bovenzaal waar het Laatste Avondmaal had plaatsgevonden.
Lijkt dat niet een beetje op onze huidige situatie? Door de coronacrisis blijven we met z’n allen zo veel mogelijk binnen, veilig beschermd tegen de bedreiging van de buitenwereld. Zonder eucharistievieringen voelen we ons onzeker en verweesd. We weten niet wat de toekomst brengt. Zouden de leerlingen niet hetzelfde gevoel hebben gehad?
„Voelen we ons verlaten, zoals de apostelen destijds?”, vragen we vandaag aan mgr. Lode Van Hecke, de bisschop van Gent. Nee, Jezus vertrekt immers niet, „Hij maakt plaats voor een nieuwe gestalte”. En de bisschop verduidelijkt zijn stelling: „Is het niet geweldig dat wij, onvolmaakte mensen, zoveel We zoeken Jezus in de verkeerde richting als we naar de wolken of de gesloten kerkdeur staren goed kunnen doen? Dat is de tastbare aanwezigheid van Jezus in ons midden.”
We zoeken Jezus in de verkeerde richting als we naar de wolken staren, maar net zo goed als we ons blindstaren op de gesloten kerkdeur. Hoe graag we Hem in ons vertrouwde kerkgebouw willen ontmoeten, we moeten Hem nu elders zoeken. Die zoektocht begint met een blik op de ander. Zou het kunnen dat Jezus meer dan ooit aanwezig is in ons leven, uitgerekend tijdens de lockdown? Zien we Hem niet in de vastberadenheid van de zorgverleners, die energie noch uren sparen om mensen te redden? In de liefde van de werknemers in de rusthuizen? In de attente berichten van familie en vrienden, al is het op veilige afstand? In leerkrachten die het weekend doorwerken om op maandag nieuw lesmateriaal online te plaatsen?
Zien we Hem niet aan het werk in ngo’s, die armoede bestrijden in binnen- en buitenland? In tal van mensen en organisaties die ook in deze moeilijke omstandigheden daklozen, eenzamen, vluchtelingen en andere hulpbehoevenden bijstaan? Horen we zijn stem niet in de onophoudelijke verkondiging van naastenliefde? Zien we Hem niet aan het werk in mensen als zuster Anne-Marie Dierick, die deze week onze Klapstoel-gast is?
„Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken?”, kregen de apostelen volgens de Handelingen te horen. Ook toen keken we dus de verkeerde kant uit. We zouden beter focussen op de allerlaatste zin uit het Mattheusevangelie: „Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.” Jezus is er wel degelijk, ook na zijn Hemelvaart, ook in tijden van gesloten kerkdeuren. We worden uitgenodigd Hem te zien in elkaars woorden en daden. En weet u wat nog ongelooflijker is? We worden uitgenodigd zelf het bewijs te zijn van zijn aanwezigheid. Als we dat goed laten doordringen, zijn we straks helemaal klaar voor Pinksteren.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €15
tot eind 2020

Registreer je hier