‘Diaconie is een inrijpoort, niet iets dat we soms doen uit geloof’

Klapstoel
Kris Buckinx
Afscheidnemend gedelegeerde voor de diaconie in Hasselt

Het bisdom Hasselt neemt deze week afscheid van Kris Buckinx (65), die ooit van maatschappelijk werker met de voeten in de modder de eerste niet-priester werd in een Vlaamse bisschopsraad. Voor de gelegenheid zijn de bezinningsteksten die hij schreef voor vergaderingen gebundeld in Op het andere been.

Diaken Kris Buckinx’ teksten plaatsen het moeten van regels naast het moeten van liefdevolle verantwoordelijkheid, ze gaan over opstaan en een berg opgaan en over het kwijtraken van het vuur. Het leven van zorgbehoevenden en dat van mensen die zorgen, trachtten ze te vatten in toegankelijke beelden en vragen. En dat terwijl ze telkens ontstonden uit een agendapunt. „Maar als dat geen nood weerspiegelt, moet je er niet over praten.”

Kris Buckinx: „De hiërarchische Kerk moet voortdurend erover waken dat ze macht niet misbruikt.” © Rudi Van Beek
Kris Buckinx: „De hiërarchische Kerk moet voortdurend erover waken dat ze macht niet misbruikt.” © Rudi Van Beek

– In de inleiding stelt u dat uw teksten verstoring willen brengen. Hoe bedoelt u dat?
Ook het evangelie verstoort. Het werkt zoals de man die, toen ik gisteren in Brussel was, plotseling opdook aan mijn autoruit met een bekertje. Het evangelie, of God, doorbreekt waarmee we bezig zijn en wat we belangrijk vinden. Denk aan het verhaal over de barmhartige Samaritaan. Twee mannen laten zich niet verstoren, de derde wel. Het gaat om een flits, waarna we verder gaan, maar het laat iets achter.
Vijftien jaar geleden bleek ik als vertegenwoordiger van de bisdommen bij de raad van bestuur van het Vlaams Welzijnsverbond, een orgaan vol directeurs uit onder meer de jeugdhulp en de sector voor mensen met een beperking, verantwoordelijk om een bezinningstekst mee te brengen. Moest ik putten uit een gebedenboek? Daar kreeg ik een ongemakkelijk gevoel bij en dus begon ik toe te werken naar agendapunten. Ik probeerde te voorzien wat ter sprake zou komen. Hoe zouden de een en de ander denken en welke discussie zou ontstaan? Daar probeerde ik, zonder te sturen of te moraliseren, een onverwacht element aan toe te voegen. Dat doet het evangelie ook voortdurend voor mij. Het opent een toekomst.
– Vind je een bisschoppelijk afgevaardigde vooral aan de vergadertafel?
Ik heb te veel vergaderd. „Wat doe jij eigenlijk?”, vroeg iemand wel eens. In zekere zin deed ik zelf niets. Ik volgde Broederlijk Delen op, maar animatoren hielden de boel draaiende. Ik praatte in rusthuizen over nieuwe wegen voor de pastoraal, maar de pastores waren de mensen nabij. Ik reed rond, animeerde, bemoedigde, stimuleerde, maakte mogelijk dat anderen iets realiseerden en werd er vooral bij geroepen wanneer er zorgen waren of een brand moest worden geblust. Je mag nooit vergeten dat een dergelijke rol relatief is. In die vergaderingen boeiden dan ook vooral de mensen me. Ik probeerde gesprekken met de voeten op de grond te houden en bracht nogal wat relativerende humor in. Vooral de momenten waarop ik vanuit het evangelie met mensen in gesprek raakte en hen boven zichzelf zag uitstijgen, hielden me gaande.
– Klopt het dat u, vanuit dezelfde „Het evangelie verstoort, zoals een man met een bekertje die plots opduikt aan je autoruit in Brussel” houding waarmee u kwetsbare mensen beschouwt als vrienden, structuren kritisch bekijkt?
Hoe je het ook draait of keert, de Kerk blijft een hiërarchische structuur, ook al had ze ooit veel meer macht. Daarom moeten we er voortdurend over waken dat die macht niet verkeerd wordt gebruikt of misbruikt. „Monseigneur, zegt gij het maar”, klinkt het soms, en ook in mijn parochiefederatie, met zes parochies die samen vijfduizend inwoners tellen, wordt vaak verwacht dat de pastoor of de diaken zegt wat er moet gebeuren, terwijl het zo belangrijk is dat wat beweegt in de Kerk komt van ons allemaal. Zonder de democratische, synodale tendens, blijven we steken.
– Is er meer aandacht nodig voor diaconie?
Het is alsof de visie overheerst dat de Kerk zelf zich moet bezighouden met liturgie en catechese en dat dienstbaarheid een manier is waarop de individuele ziekenzorger, leerkracht of vrijwilliger zijn geloof vertaalt. Vroeger vormden congregaties nieuwe gemeenschappen binnen de Kerk, die diaconie als kerntaak hadden, maar nu zouden we verwachten dat een christen die in een ziekenhuis werkt daar in zijn eentje de diaconie beoefent. Tegelijk vragen we ons af hoe jonge mensen te helpen in de zoektocht naar een vervullend leven. Volgens mij kan dat via de dienstbaarheid. Het is een inrijpoort, niet iets wat gelovigen soms doen en niet iets voor gevorderden. Nu begint de Kerk vaak met de sacramenten. Ik doop veel kinderen in mijn buurt en ouders hebben mooie redenen om te kiezen voor het doopsel. De dimensie die de liturgie toevoegt, dat nieuw leven nood heeft aan eeuwig leven, vat je echter niet zomaar.
– Moet de Kerk beginnen bij het tastbare?
Ja, en uiteraard probeer ik dat toe te passen in vieringen. Onlangs zei een vurig socialistische grootvader me na een doopsel nog dat het hem aansprak. Voor mij voelde hij iets van de liefde van God. De pastoor van vroeger kwam die man echter overal nog tegen, de drukbezette priester vandaag niet meer. De paus heeft gelijk, herders moeten ruiken naar hun schapen. Die herders moeten vandaag leken zijn. En ze zijn er, maar ze worden nog niet voldoende gemandateerd en gestimuleerd.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €33.5
tot eind 2020

Registreer je hier