‘Uit ontmoetingen valt zo veel te leren over jezelf’

Klapstoel
Sioen
Singer-songwriter

Hij is de fiere Gentenaar die met 123-piano elke zomer vrij te bespelen piano’s in de stad verspreidt zowel als de wereldburger die samenwerkt met Zuid-Afrikaanse muzikanten en in Zuid-Korea bekendheid geniet. „Al reizend bekijk je jezelf van een afstand. Daarnaast een plek hebben die je mag missen, is luxueus”, zegt Frederik Sioen (40). Vorige week trakteerde hij thuisfront en wereld op een nieuw album.

Sioens kersverse plaat heet Messages of Cheer & Comfort. Wie er dan precies aangemoedigd of getroost moet worden? „Mijn excuses als ik onterecht veralgemeen, maar ik denk dat we allemaal op tijd en stond een bemoedigend woord en een schouder nodig hebben, zelfs als we ons goed voelen”, zegt Sioen. „Dat geldt in alle tijden, maar nu meer dan ooit. We lijken steeds meer te vervreemden van elkaar, zelfs van vrienden en buren.”

Frederik Sioen: „Liever dan met veel woorden reageer ik op wat me raakt door iets te organiseren.” © Kristof Ghyselinck
Frederik Sioen: „Liever dan met veel woorden reageer ik op wat me raakt door iets te organiseren.” © Kristof Ghyselinck

– Zijn we moeilijker te troosten nu, met toegang tot al het slechte nieuws ter wereld?
Er zit troost in alles wat goed gaat in je eigen kleine omgeving, in de gemeenschap en bij de vrijwilligers die zich overal inzetten voor kwetsbare mensen. Ook ik kan echter moeilijk om met het contrast tussen de alomtegenwoordige, onvoorwaardelijke inzet, van buurtwerk en burgerinitiatieven tot mensen die fietsen voor Kom op tegen Kanker, en tussen beleid dat de sociale cohesie net aantast. Ik snap niet hoe al dat engagement niet doorwerkt.
– Is dat het verschil tussen de zelfzekere oproep om je uit te spreken in het nummer ‘Testify’ en de vertwijfeling van ‘Wondering’?
Wondering is een nummer vol vragen. Die stel ik me niet allemaal zelf, onder meer dankzij de muziek waarin ik veel kwijt kan, maar ik hoor ze wel overal. Mensen willen iets doen, iets veranderen, maar de vertwijfeling is groot. Ze voelen zich een speelbal van grote instanties. Wat kunnen we nog goed doen? Hoe zetten we onze krachten in op de juiste manier? Velen staan als het ware klaar om te schakelen, maar het is nog onduidelijk wat die transitie precies inhoudt.
Testify hoort dan weer thuis in de categorie van de bemoediging, onder meer in de context van het MeToodebat. Het is een steunbetuiging aan al wie de moed verzamelt en getuigt, zich groepeert en zich uitspreekt voor iets. We hebben voortrekkers nodig, maar hoge bomen lijken vandaag meer dan ooit wind te vangen en kritiek te krijgen. Ik zag dat al bij Dominique Willaert, artistiek leider van het Gentse sociaal-artistieke huis Victoria Deluxe, en ook bij Christophe Busch, een jeugdvriend van mij, bij de Kazerne Dossin. Het nummer Little Girl sluit daar overigens bij aan. Daarin richt ik me, vanuit het standpunt van een soort grote broer, tot de klimaatjongeren. Ik zeg hen dat ze zich vooral moeten bemoeien en de moed moeten bewaren om iets te veranderen. Er zijn zelfs Grootouders voor het Klimaat. Dat is grappig, maar minstens even „We staan vandaag klaar om te schakelen, maar weten nog niet precies wat de transitie inhoudt” fantastisch.
– U werkte aan projecten met kunstenaars en klassiek componisten, voor kinderen, over Wereldoorlog I en over het teveel aan plastic verpakkingen. Wat interesseert u niet?
Ik zou iets kunnen antwoorden over muziek die louter om commerciële redenen gemaakt word, maar eigenlijk ben ik net zo goed een fan van Justin Timberlake. Wat me bij uitstek wel interesseert, zijn samenwerkingen. We moeten uit ons kot komen, mensen aanspreken en bereid zijn om te leren. Uit ontmoetingen leer je zo veel over jezelf, je sterktes, zwaktes en gevoeligheden. Liefde voor de mensheid is de basis van het beste leerproces. Alleen al als ik denk aan de Zuid-Afrikaanse muzikanten met wie ik werkte, aan Dirk Brossé of aan mijn Koreaanse avonturen, krijg ik energie. In al die samenwerkingen is overigens ook het experiment van groot belang. Voor mijn project met kunstenaar Koen van den Broek schreef ik bijvoorbeeld muziek voor klavecimbel. Dat stoort me in het debat over besparingen op cultuur, het miskennen van de waarde van het experiment. Ook 123-piano is op een laagdrempelige manier experimenteel. Wanneer iemand door dat project voor het eerst plaatsneemt aan een piano of na dertig jaar partituren opdiept, kan dat op onverwachte manieren leiden tot sociale verbindingen.
– U trad ooit op voor de 75ste verjaardag van Gents bisschop Luc Van Looy. Welke plek ziet u, vanaf de zijlijn, voor de Kerk in deze tijd?
Ik moet spontaan denken aan Lucien De Ridder, een priester die vroeger in de Muidewijk opkwam voor vluchtelingen, prostituees en andere kwetsbare mensen, en aan de voormalige pastoor van Zwevegem die zo bevlogen preekte, dicht bij de actualiteit en de lokale gebeurtenissen. Hoe dichter bij de mensen, hoe beter, want dan is het bieden van bemoediging, troost en houvast ook weggelegd voor de Kerk. Het allerbelangrijkste is dat een Kerk mensen samenbrengt en hen een gemene deler biedt van waaruit een gesprek kan starten, iets dat we ontzettend hard nodig hebben.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €15
tot eind 2020

Registreer je hier