De geringste

Standpunt

„Dit zegt de Heer: Deel uw brood met de hongerigen, neem de dakloze zwervers op in uw huis, kleed de naakten die gij ziet, en keer u niet af van uw medemensen.” Dat klinkt als een uitspraak van Jezus, maar de quote is ruim zevenhonderd jaar ouder. Het is de openingszin van de eerste lezing van aanstaande zondag.
Het christendom is niet uit het niets ontstaan, maar bouwde voort op wat er al was. Wijsheden kunnen tegelijk eeuwenoud en springlevend zijn. Wat Jesaja destijds namens God vroeg aan zijn mensen, geldt vandaag nog altijd. Jezus zal het achteraf nog uitdagender formuleren. Hij zegt niet enkel „al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan”, maar ook „al wat gij niet voor een van deze geringsten hebt gedaan, hebt gij ook voor Mij niet gedaan” (Mattheus 25, 40 en 45). Het gaat dus niet enkel om wat we doen, maar ook om wat we niet doen.
Daaraan moest ik denken toen ik onlangs Jeanne Devos voor een groep vormelingen en hun ouders hoorde getuigen over haar leven en werk. We leerden hoe ze als jonge missiezuster inscheepte in Marseille, voor een wekenlange reis naar India. „In die tijd ging je ervan uit dat je voor altijd afscheid nam van je familie”, zegt ze daarover. Zo totaal was een missie-engagement toen.
Aanvankelijk gaf zuster Jeanne les aan blinde en dove kinderen. Dag na dag ontdekte ze evenwel hoe structureel het onrecht was in India, een land met kasten en kastelozen. Wie onderaan leeft, heeft zo goed als geen rechten. Kastelozen worden zelfs als fysiek onrein beschouwd. In die wereld vond Jeanne Devos haar echte roeping. Ze ging zich inzetten voor huispersoneel – zeg gerust: huisslaven – en richtte de National Domestic Workers Movement op. Gewoon helpen volstond niet langer, er werd en wordt gestreden voor structurele verbeteringen, Beschouwen we armoede en uitbuiting als onvermijdelijk, of als onaanvaardbaar? voor andere wetten, voor betere kansen. Zien, oordelen, handelen, Cardijn achterna.
„Keer u niet af van uw medemensen”, riep Jesaja, en Jeanne Devos wijdde er haar leven aan. De geringsten stonden en staan centraal in haar leven. Je kon een speld horen vallen, daar tussen de vormelingen die aan haar lippen hingen. Elf levensjaren volstaan om te begrijpen dat er iemand tegenover je zit die meer heeft gedaan dan alle andere aanwezigen samen.
Bewondering was die avond de sterkste emotie, op de voet gevolgd door bescheidenheid. Wie haar hoorde, kon niet anders dan zich afvragen: „Doe ik zelf wel genoeg? Of zijn er elke dag dingen die ik niet heb gedaan voor de geringsten?” Catechese hoefde ik die avond niet te geven. Ik bezit geen woorden die meer kunnen vertellen dan de overgave waarvan we getuige mochten zijn.
Wat de vormelingen zouden zeggen als ze zelf een misbruikt en uitgebuit kind uit India zouden ontmoeten, wilde Jeanne Devos nog weten. Een confronterende vraag. Na enkele minuten antwoordde een meisje stil: „Kom maar mee.” Dat antwoord lijkt op het eerste gezicht niet mogelijk, er zijn immers 1,3 miljard Indiërs. Toch was dat precies wat de zuster wilde horen. De kwestie is namelijk: zijn we onverschillig, of voelen we ons mee verantwoordelijk?
Is er in ons leven plaats voor verschoppelingen, dichtbij of ver weg? Erkennen we de vluchteling als medemens, of steken we het opvangcentrum in de fik? Beschouwen we armoede en uitbuiting als onvermijdelijk, of als onaanvaardbaar? Nog vóór we overgaan tot daden maken we in onze hoofden al een keuze.
Al eeuwenlang worden bibliotheken gevuld met boeken over God en Kerk. Dat moeten we beslist blijven doen. Aan het eind van de rit telt evenwel slechts die ene vraag: wat hebben we gedaan voor onze medemens, en wat hebben we niet gedaan?”

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €15
tot eind 2020

Registreer je hier