‘Er is geen ene Bijbel, maar een veelheid aan teksten’

Klapstoel
Kristin De Troyer
Theoloog en hoogleraar aan de Universiteit van Salzburg

Straks telt de European Academy of Sciences, een in 2003 gestichte ngo die excellentie in wetenschap en technologie nastreeft, voor het eerst een Bijbelwetenschapper als lid. Een Belgische bovendien, al is Kristin De Troyer (56) al even toe aan haar derde internationale universiteit.

Kristin De Troyer is op het vlak van de Septuaginta, de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel, een internationale autoriteit, al noemt ze het zelf soms anders. „Op een congres vroeg een studente een collega en mij of we haar exemplaar van ons boek wilden signeren. Toen moesten we wel concluderen dat wij nu de ‘oude madammen’ in ons vakgebied zijn.”

– Hoe kwam u er als jonge vrouw bij om zo diep in de Bijbel te duiken?
Ik maakte mijn thesis over filosoof Michel Foucault, seksuoloog Jos Van Ussel en hun verschillende blik op de geschiedenis van seksualiteit. Ik las toen het hele werk van Foucault. Boeiend, maar hij maakte sprongen die niet klopten. Tussen de Griekse en de Romeinse cultuur leek hij de stap van de semitische cultuur te vergeten. Zo belandde ik bij het Oude Testament en bij de confrontatie tussen twee culturen erachter. Hoe werd de Joodse cultuur vertaald naar de Griekse? Cultuuraanpassingen en overgangen, die amper de geschiedenisboeken halen, werden de basis van mijn doctoraat en houden me tot vandaag bezig.
Mijn tweede liefde, de manuscripten, ontdekte ik tijdens mijn doctoraat. In een van mijn cursussen behandel ik een semester lang één enkel vers, in alle handschriften en gedrukte teksten in verscheidene talen. Er bestaat geen ene Bijbel. Met een kleine groep onderzoekers stel ik die veelheid van teksten nu centraal, die ook de diverse contexten blootlegt waarin aan de Bijbel werd geschreven. Dat heeft gevolgen. Als pluraliteit de kern is, moet je discussiëren en kun je geen theologie baseren op één enkele tekst.
– U was hoogleraar in Californië en Schotland en bent het nu in Salzburg. Hoe doet dat u kijken naar de academische wereld?
Elke universiteit stelt dat ze zich in het midden van de wereld bevindt en de beste ter wereld is. Dat relativeer je snel. Mijn vakgroep is goed, misschien zelfs heel goed, maar ik heb geen universiteit nodig om me status te geven. Dat moet mijn onderzoek doen. Dat ik nu lid mag worden van de Europese Academie van Wetenschappen, bevestigt dat. Overigens onderhoud ik al langer contacten met onderzoekers op andere domeinen, van historici tot computerwetenschappers en wiskundigen. Ik leer van hun denkstructuren.

Kristin De Troyer: „Elke universiteit stelt dat ze de beste ter wereld is.” © Hugo Maris
Kristin De Troyer: „Elke universiteit stelt dat ze de beste ter wereld is.” © Hugo Maris
– Kunnen de Bijbelteksten die u zo goed kent u nog persoonlijk raken?
Luister ik in de kerstperiode naar Händels Messiah, dan hoor ik nu eens de prachtige tekst, dan weer de vertaalfouten en de plek waar de librettoschrijver teksten door elkaar klutste. Mijn blik is vooral wetenschappelijk, maar teksten zoals de Psalmen blijven ook mooie literatuur die onze cultuur vormde. Mijn vrees is dat velen echter niet meer lezen. Ze praten over teksten zonder ze gelezen te hebben. Als we geen tekst meer kunnen analyseren, verliezen we de basis voor discussie en wetenschap. Computerwetenschappers zeggen me dat digitaal geletterde mensen de beste krachten in de maatschappij worden, maar ik betwijfel dat. We verliezen een vaardigheid en het enorme aanbod aan kortstondige flitsen van informatie lijkt bedoeld om ons dom te houden. Een samenleving die de kritische functie verliest, wordt makkelijk gemanipuleerd.
– U was twee termijnen voorzitter van de European Society of Women in Theological Research. Bent u een feministische theoloog?
De ESWTR bestaat uit vrouwen die wetenschappelijk bezig zijn met theologie, in de breedste zin. Sommigen volgen het Duitse feminisme van weleer, maar de meesten zijn er graag bij omdat het een veilige zone is, waar kritiek altijd met ondersteuning gepaard gaat. Vorig jaar hadden we een congres in Leuven over hoe structuren vrouwen onzichtbaar maken en wat daaraan te doen valt. In 1993 organiseerde ik er zelf een congres over. Enerzijds is het onvoorstelbaar dat we het nog over de plaats van de vrouw moeten hebben, anderzijds doet het deugd om te zien dat het verhaal in Leuven voortgaat, met een nieuwe generatie schitterende vrouwelijke academici. „Als we niet meer lezen, verliezen we de basis voor discussie en wetenschap”
– Volgens de bel van uw stek in Heverlee bent u ook kotmadam. Hoe krijgt u dat rond?
Meer dan een kot is mijn huis, waar ik zelf niet vaak ben, een thuis voor studenten, vooral buitenlandse. Op de schoorsteen prijkt de foto van een koppel dat elkaar hier leerde kennen en als mijn Iraanse huurster haar moeder ontvangt, slaapt zij in mijn deel van het huis. Alles achterlaten zoals ik deed, kan niet zonder positief vertrouwen in de mens. Mijn eigen levensloop lees je trouwens af aan de diverse stekkers en de kruiden van diverse oorsprong in de keukenkast. In Salzburg zei ik voor het eerst dat ik wil blijven tot mijn pensioen. Het is een prachtige stad, middenin de bergen en vol muzikale cultuur, met de efficiëntie van Duitsland en de luchtige joie de vivre van Italië. Ik zie het alleen niet zitten om verplicht te stoppen op 65 jaar.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €18.5
tot eind 2020

Registreer je hier