‘Verliezers hebben gemeen dat ze wel eens willen winnen’

Klapstoel
Koen Strobbe
Auteur

Na vijf literaire thrillers in drie jaar tijd presenteerde hij dit najaar Hotel Solitude, zijn eerste roman, met in de hoofdrol een jongeman die de speelbal is van andermans zelfzucht en grootheidswaanzin, maar daar uiteindelijk zijn voordeel weet uit te halen. „Zolang je maar van hem blijft houden”, zegt Koen Strobbe (55), gewezen commercieel directeur in de media en voormalig wijnbouwer.

Hotel Solitude speelt zich af in Frankrijk, onder meer in de Provence waar Koen Strobbe al bijna twee decennia woont met zijn gezin. Tegenwoordig runt hij er vakantiehuizen en één keer per maand geeft hij catechese aan de lokale jeugd. „Anders dan in Vlaanderen hebben veel dertienjarigen hier nog nooit het Bijbelse kerstverhaal gehoord”, zegt hij. „Dat maakt mijn taak als catechist tegelijkertijd moeilijk en makkelijk.”

Koen Strobbe: „Thuis was ik de minst brave van de drie. Ik contesteerde alles, behalve het geloof.” © Stéphanie Gouiran
Koen Strobbe: „Thuis was ik de minst brave van de drie. Ik contesteerde alles, behalve het geloof.” © Stéphanie Gouiran

– Wanneer besliste u te beginnen schrijven?
Ik zei als kleine jongen al dat ik boeken wilde schrijven en bleef daar vast van overtuigd toen ik Germaanse talen studeerde, maar toen kwam het leven ertussen. Ik kreeg een commerciële functie bij De Morgen en vervolgens bij Bonanza en toen ik daarmee stopte, werkte ik tien jaar hard als wijnbouwer. Ik schreef eigenlijk niet meer, maar vrienden bleven me stalken en toen we de wijngaard verkochten, wezen ze me erop dat mijn uitvluchten waren opgebruikt. Via een wedstrijd belandde ik bij literaire thrillers, een genre dat ik zelf eigenlijk niet las. Ik wilde evolueren, maar net de passages waarvan ik zelf wild was, werden in redactie geschrapt. Ik had een cesuur nodig en kreeg die ook, doordat ik voor Hotel Solitude terechtkon bij een andere uitgever.
– Hoofdpersonage Max Costa is een geboren verliezer. Waarom die keuze?
„Niets zo saai als schrijven over iemand die succes heeft”, liet Umberto Eco kort voor zijn overlijden optekenen in een interview. Hamlet, Don Quichot, Madame Bovary – het zijn allemaal problematische mensen. Ze stuwen een plot vooruit, omdat ze gemeen hebben dat ze wel een keer willen winnen. Door de hindernissen die ik leg op Max’ pad exploreer ik hoe hij in elkaar zit, zonder het uitdrukkelijk te moeten uitleggen. Zonder in detail te treden, gebeurt er onderweg iets dat de relatie tussen Max en de lezer overhoopgooit. Mijn vrouw, mijn eerste lezer, was daar best kwaad over, maar elke lezer bepaalt zijn eigen relatie tegenover een personage, afhankelijk van zijn eigen bagage.
– Uw bagage is onder meer katholiek. Wat betekent het geloof voor u?
Ik bleef na mijn katholieke opvoeding als het ware organisch geloven. Ik was nochtans de minst brave van de drie kinderen thuis. Ik was de non-conformist en kwam op het katholieke college in de problemen door mijn grote mond, mijn kritiek en vragen, maar het geloof contesteerde ik nooit. Het is voor mij een handleiding die zin geeft aan wat je doet. Niet aan het leven, want dat klinkt me te groots, maar het motiveert me om niet impulsief te zijn op een negatieve manier, om twee keer na te denken alvorens „Geloven motiveert me om niet impulsief te zijn, om twee keer na te denken vóór ik iets onherroepelijks doe” ik iets doe dat ook voor anderen onherroepelijk is. Veel goede vrienden zijn agnost of helemaal niet gelovig en ik heb veel respect voor hoe zij een goed leven leiden terwijl ze er, anders dan ik, helemaal alleen voor staan. Wat niet betekent dat je, omdat je gelooft, nooit op je gezicht gaat. Je krijgt enkel ontelbaar veel kansen op op te staan.

– Maakt u deel uit van een kerkgemeenschap?
Ik vind het persoonlijk interessant en belangrijk om wekelijks een viering bij te wonen, maar parochies zoals in Vlaanderen bestaan hier niet meer. Elke week moet ik naar een ander dorp, soms twintig minuten ver met de auto, en ik herken meestal slechts enkele gezichten. Dat veranderde weliswaar een beetje toen mijn zoon, net als zijn neven in België, zijn vormsel wilde doen. Toen greep de priester me bij de lurven. Wilde ik geen catechist worden? Ik stemde toe en ik doe het nog steeds, aan dertienjarigen nu. Catechese is hier een glijdend gegeven, dat na het vormsel voortloopt.

– Bent u als catechist op een meer actieve manier bezig met geloof dan voordien?
Het hier gebruikte lesmateriaal is nogal belegen. Ik breng de actualiteit in de catechese binnen en probeer het gesprek aan te gaan zonder te suggereren dat er slechts één waarheid bestaat. Veel tieners verliezen hun grootouders. Hoe rijmen ze hun verdriet met hun geloof? Ik praat met hen over een beschermende God die niet voorkomt dat er ons niets overkomt, maar die wel helpt om, wat er ook gebeurt, op te staan en misschien iets moeilijks te aanvaarden. Ik deel mijn zoeken. Dat is soms wennen voor de jongeren, want ze zien de catechese veeleer als een hybride schoolgebeuren. Soms wend ik me evenzeer tot de theorie. Godsdienst komt hier op school niet aan bod en ook in de catechese worden de sterke tijden vooral vertaald in knutselwerkjes, zodat sommige dertienjarigen nog nooit de essentiële Bijbelse verhalen over Kerstmis en Pasen of de barmhartige Samaritaan hoorden. Dat maakt het moeilijk én makkelijk. Mijn catechesegroep wordt gegrepen door nieuwe verhalen, terwijl wij ze vroeger zo goed kenden dat we niet meer luisterden.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €42
tot eind 2020

Registreer je hier