Tussen structuur en eigen schuld

Op de voorgrond

Wat zijn de ‘ecologische zonden’ waarover de Amazonesynode heeft gedebatteerd?

  • ‘Ecologische zonde’ werd al door paus Franciscus gebruikt
  • Raakt aan neiging onze afhankelijkheid van de natuur te ontkennen
  • Zowel persoonlijke als structurele zonde

Bijdragen aan de vervuiling van de omgeving is een vorm van ecologische zonde. © Image Select
Bijdragen aan de vervuiling van de omgeving is een vorm van ecologische zonde. © Image Select

Tijdens de bijzondere bisschoppensynode over de Amazone, die van 6 tot 27 oktober plaatsvond in Rome, werd druk gedebatteerd over het begrip ‘ecologische zonde’ of ‘zonde tegen de schepping’. Hoe verhoudt zich dat begrip tot de kerkelijke leer over zonde en welke implicaties heeft het voor het geloofsleven?
Volgens de leer van de Kerk is een zonde een woord, een daad of een verlangen in tegenspraak met Gods eeuwige wet. Het is een daad van opstand tegen God waardoor de juiste relatie tussen God en mens, tussen de mensen onderling, maar ook tussen de mens en al het andere geschapene wordt verstoord. Immers, „de onderlinge afhankelijkheid van de schepselen is door God gewild” en „de mens moet de eigen goedheid van elk schepsel respecteren om een ongeordend gebruik van de dingen te vermijden”, lezen we in de Catechismus van de katholieke Kerk.
Welnu, het slotdocument van de synode stelt voor een ecologische zonde te definiëren als „een actie tegen of verzuim jegens God, tegen anderen en het milieu zowel als een zonde tegen toekomstige generaties en het verbreken van netwerken van solidariteit tussen schepselen”. Die definitie sluit aan bij de manier waarop het begrip ‘zonde tegen de schepping’ eerder al ter sprake kwam in paus Franciscus’ groene encycliek Laudato si’ uit 2015 en in zijn boodschap van 1 september 2016 naar aanleiding van de Wereldgebedsdag voor de Schepping. Daarin verwijst de kerkleider zelf naar een toespraak uit 1997 waarin Bartholomeus I van Constantinopel, oecumenisch patriarch van de Oosters-orthodoxe Kerk, de zonden tegen de natuur bij naam noemt: „de biologische diversiteit van Gods schepping vernietigen, de integriteit van de aarde degraderen door veranderingen in het klimaat te veroorzaken, de aarde van haar natuurlijke bossen te ontdoen of haar wetlands te vernietigen, de wateren, het land, de lucht en het leven te verontreinigen”.
„Het gaat over de steeds weer terugkerende verleiding van de mens Onderlinge afhankelijkheid van de schepselen is door God gewild om zich af te zonderen”, zegt Jacques Haers, theoloog aan de KU Leuven. „We dreigen dan onze band met en onze afhankelijkheid van de schepping en de natuur te ontkennen. De mens heeft dan iets van een zwart gat: alles moet in dienst staan van die mens en wordt er door opgeslokt. Anders is het met de zon. Die geeft licht en warmte.”
In het Franse katholieke dagblad La Croix wijst Melinee Le Priol er ook op dat ecologische zonden een vorm van ‘sociale zonden’ zijn die te maken hebben met ‘structuren van de zonde’. Beide begrippen werden door paus Johannes-Paulus II geïntroduceerd in zijn apostolische aansporing Reconciliatio et paenitentia uit 1984 en in zijn encycliek Sollicitudo rei socialis uit 1987. Ze verwijzen naar „het collectieve gedrag van bepaalde sociale groepen, groot of klein, of zelfs van hele naties en blokken van naties”, die evenwel steeds „het gevolg zijn van de accumulatie en concentratie van veel persoonlijke zonden”. Immers, „aan de basis van elke zonde liggen altijd zondige mensen”. Structuren aanpakken zonder bekering van de betrokken personen is dus „vergeefs en vruchteloos, om niet te zeggen contraproductief”.
Wat de zorg voor het klimaat betreft, riep paus Franciscus dan ook al op tot ingrijpende veranderingen zowel van onze eigen levensstijl als van productie- en consumptiemodellen en van de gevestigde machtsstructuren. Wat het eerste betreft, gaf hij concrete voorbeelden, zoals je vaker verplaatsen met het openbaar vervoer, gebruik van plastic vermijden en minder water verbruiken. Die persoonlijke bekering zou volgens hem elkeen moeten bewegen tot het zoeken naar manieren om zelf bij te dragen aan de culturele omslag.
Wat echter als we onszelf betrappen op onwil om wat we redelijkerwijs zouden kunnen en moeten veranderen daadwerkelijk te veranderen? „Dan wijst de Catechismus van de katholieke Kerk ons de biechtstoel aan als de plaats waar de waarheid ons vrijmaakt”, antwoordt paus Franciscus.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €42
tot eind 2020

Registreer je hier