Mensbeeld

Standpunt

Volgens de taxonomie, de wetenschappelijke indeling van alles wat leeft, is de mens een dier. We behoren tot de klasse der zoogdieren, tot de orde der primaten en tot de familie der hominidae of mensachtigen. Tot die laatste groep behoren ook de gorilla’s, chimpansees, bonobo’s en orang-oetans.
Is de mens dan slechts een aap als een andere? Toch niet. Geen enkele soort heeft zo de wereld naar zijn hand gezet. Al tienduizend jaar zijn we georganiseerd, bewerken we het land om voedsel te kweken, bouwen we dorpen en steden, uiten we ons via taal en kunst, schakelen we dieren in om voor ons te werken. Inmiddels zijn we hoogtechnologisch, verkenden we de hele wereld en de maan, sturen we raketten naar het uiteinde van ons zonnestelsel en zelfs verder. En misschien wel het allerbelangrijkste, we zijn ons bewust van dat alles.
Hoe komt het dat de mens zich zo kon onderscheiden? Het christendom geeft daar alvast een antwoord op. In ons geloof is de eigenheid van de mens gebaseerd op een wederzijdse band tussen God en de mens. Het scheppingsverhaal uit Genesis wordt al lang niet meer letterlijk opgevat door de Kerk, maar de betekenis is gebleven. De mens is gewenst en bemind. Tegelijk draagt de mens een stevige verantwoordelijkheid: zorg dragen voor elkaar en voor de schepping.
Het wetenschappelijke antwoord sluit daar eigenlijk nauw bij aan. Steeds meer wetenschappers zijn ervan overtuigd dat de mens zich kon onderscheiden doordat onze soort uitblonk in samenwerking. De band tussen mensen is sterk en beperkt zich niet tot aanverwanten. We zijn in staat ons verbonden te voelen met mensen die helemaal geen familie zijn, ja zelfs met wildvreemde mensen. We beschouwen elkaar dus wezenlijk als gewenst en bemind. Dat vermogen tot samenhang en samenwerking maakte dat we sneller en efficiënter konden leren en vooruitgang boeken.
Dat is ook de centrale boodschap van Rutger Bregman, de jonge Rondom ons zien we elk dag opnieuw mensen die veel meer goede dan slechte dingen doen Nederlandse historicus, deze week onze gast in de Klapstoel. In een nieuw boek analyseert hij hoe de menselijke geest in elkaar zit. Misschien doet hij dat hier en daar iets te romantisch – met een wel heel rooskleurig beeld van de jager-verzamelaar – maar zijn kernboodschap is beslist de moeite waard. Bregman stelt namelijk dat de meeste mensen deugen, omdat we van nature uit gericht zijn op elkaar helpen, niet op elkaar de hersens inslaan. Tegelijk betreurt hij dat we generatie op generatie een negatief mensbeeld ingelepeld krijgen, gebaseerd op wantrouwen. De idee dat de mens een wolf is voor zijn medemens, dat we van nature egoïsten zijn en dat we elkaar maar beter kunnen wantrouwen, zit er diep ingebakken.
Het ergste is dat een dergelijk mensbeeld wordt bestempeld als ‘realistisch’. Wie een positievere kijk heeft, wordt ‘naïef’ genoemd. Hoe cynisch is dat? Rondom ons zien we elk dag opnieuw mensen die veel meer goede dan slechte dingen doen en toch blijven we ons vastklampen aan de overtuiging dat de mens in wezen niet te vertrouwen is.
Hoeveel mooier wordt het leven als we elkaar wat meer gaan vertrouwen. Ja, zelfs mensen die we van haar nog pluimen kennen. Precies dat bedoelde Jezus trouwens met zijn befaamde ‘bemin uw vijanden’. Het is een oproep om ons niet enkel verbonden te voelen met mensen uit onze eigen kring, maar met iedere mens ter wereld.
Uiteraard betekent dat niet dat we nooit het gedrag van anderen kunnen afkeuren, bijvoorbeeld bij diefstal, bedrog of geweld. De kwestie blijft evenwel: durven we het aan om de ander in essentie te beschouwen als onze naaste en dus een positief mensbeeld te hanteren als leidraad in ons leven? Als we echt geloven dat de mensheid door God gewild en bemind is, dan is elke andere mens per definitie ook een kind van God. Van die gedachte uitgaan, is helemaal niet naïef, het is gewoon christelijk.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €15
tot eind 2019

Registreer je hier