‘De diepe levensvragen zijn het taboe van deze tijd’

Klapstoel
Filosoof

In zijn jongste boek Onbeminde gelovigen pleit Guido Vanheeswijck (63) voor een geloof dat niet vaag en gezellig is, zoals de goegemeente lijkt te verwachten, maar nadenkend en steeds vragen stellend. „En laten we de gêne afschudden van een schaamte over de mogelijkheid van gelovige antwoorden.”

Guido Vanheeswijck heeft al heel wat boeken op zijn naam, maar Onbeminde gelovigen is naar eigen zeggen het meest persoonlijke dat hij ooit schreef. „Op een dag kwam ik thuis van de eucharistieviering, discussiërend met mijn echtgenote over de plaats van geloof vandaag, en ik besliste dat ik het helemaal van me af wilde schrijven”, zegt hij. Het resultaat is een stevige, maar liefdevolle duw in de rug van alle mensen van goede wil.

Guido Vanheeswijck: „Het christendom wordt vandaag in Europa misbruikt.” © Frank Bahnmüller
Guido Vanheeswijck: „Het christendom wordt vandaag in Europa misbruikt.” © Frank Bahnmüller

– Wat schreef u precies van u af?
Ik maakte nog net mee dat wie niet naar de kerk ging, een vreemde eend was. Nu ben ik onder mijn collega’s en vrienden die zeldzame praktiserende gelovige. We komen van een sociologisch christendom, maar de huidige afwijzing is niet minder sociologisch. Het is een modedenken, net als de stelling dat het geloof door de wetenschap onjuist is verklaard. Filosofen poneren dat zonder iets van wetenschap te weten en iedereen praat hen na. „Wat hebben ze ons vroeger toch allemaal wijsgemaakt”, klinkt het dan. Is dat echt zo? En denken we echt dat niemand ons nu nog iets wijsmaakt?
In het publieke leven komen levensbeschouwelijke onderwerpen echter amper ter sprake. Alles wordt vertaald naar economie of identiteit en we sluiten ons af van transcendentie en onze eindigheid. Natuurlijk werden vroeger verkeerde antwoorden gegeven, maar nu worden de vragen niet eens gesteld. Ik ben geen doemdenker, onze cultuur heeft veel goede kanten, maar op dat vlak is ze zwak. De diepe vragen zijn het taboe van onze tijd.
– Waarom richt u zich tot gelovigen?
Grote vragen worden niet gethematiseerd in de samenleving, maar ook niet in het christendom. Dat ik gelovig ben, komt deels doordat ik uit een gezin kom dat voortdurend discussieerde over en worstelde met het geloof. In elk geloof zit vertwijfeling en lijden. Ik zou me verstikt voelen als ik dat niet kon verwoorden.
– Is het gebrek aan diepe vragen een probleem?
Wat is de plaats van de mens in de wereld en wat het doel van het leven? Het probleem is dat die vragen ook beantwoord worden wanneer je ze niet stelt. Dat is nu eenmaal het uitgangspunt van een cultuur. Daardoor blijven vrijwel enkel modieuze antwoorden en blijft kritiek netjes binnen algemeen aanvaarde lijntjes. Abortus bijvoorbeeld is nu een recht dat iedereen opeist en het wordt niet geduld dat je je afvraagt of het juist is dat iemand voor abortus kiest enkel omdat het nu even niet past. Laat ons echter toch nadenken over wat eerbied voor het leven inhoudt. En laat het ons uitvoerig hebben over hoe we kijken naar kinderen met Down. „Onze generatie denkt echt niet meer autonoom dan die van onze grootouders” Ik zou het vreselijk vinden dat er geen kinderen met een handicap meer geboren worden, want dat is een uiting van een onmenselijke cultuur. Ik denk dat de democratie veel mensen genegen is, maar ze leeft pas dankzij een debat over de diepste vragen.
– Waarom waarschuwt u ook voor het cultuurchristendom?
Het christendom wordt vandaag in Europa misbruikt in een poging de islam buiten te houden. Uiteraard zijn we allemaal cultuurchristenen, omdat we Europeaan zijn. Daar heb ik niets op tegen. Een christendom gereduceerd tot een cultuurfenomeen als argument is echter gevaarlijk. Het christendom staat open voor iedereen, maar wordt nu gebruikt voor het omgekeerde van wat het beoogt. Ook de verlichting was overigens universeel en niet antireligieus, maar wordt nu aangehaald om uit te sluiten.
– U schrijft dat veel lezers het einde van het boek wellicht niet halen. Waarom denkt u dat?
Er zit wat ironie in het boek, omdat ik me vaak erger aan het modieuze, dominante denken. Hoeveel bekende koppen hoorden we al niet beweren dat ze katholiek zijn opgevoed, maar nadien hun eigen wijsheid vonden? Het doet me denken aan de scene uit de Monty-Pythonfilm Life of Brian. Brian, die als de Messias wordt gezien, vertelt de menigte dat ze hem niet moeten volgen en dat ze allemaal individuen zijn. „We zijn allemaal individuen”, brult de menigte als één man. Wij denken echt niet meer dan de generaties van onze ouders en grootouders en het is gevaarlijk om te menen dat we het allemaal beter weten.
Ik besluit het boek bewust met gedichten van een aantal agnostische auteurs zoals Rutger Kopland en Anne Provoost. Alles ligt immers klaar voor een goed gesprek, dat uiteraard eindeloos is. Je kunt goed bevriend raken met iemand die helemaal anders denkt dan jij, zolang je maar de gevoeligheid voor de grote vragen deelt. Er zit veel geloof in ongeloof en pas als we echt in gesprek gaan, raken we aan het verschil tussen beide. De gelovige weet dat hij geen pasklare antwoorden heeft, maar voelt zich wel gedragen. De echte ongelovige is zeker dat hij niet gedragen wordt. En dat is overigens minstens even moeilijk als geloven.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €22
tot eind 2019

Registreer je hier