‘Ik luister naar de mens en hoor dat hij niet gelukkig is’

Klapstoel
Hans Claus
gevangenisdirecteur en kunstenaar

U kunt hem vinden op ‘de berg van Nukerke’. Daar, met zicht op de Vlaamse Ardennen, overschouwt Hans Claus, gevangenisdirecteur in Oudenaarde, de wereld. Bedenkingen en denkbeelden laat hij de vrije, expressieve loop in zijn werk als beeldend kunstenaar, fotograaf en dichter. Zijn negende bundel, Dit is mijn lichaam, houdt ons met een eigentijdse kruisweg een indringende spiegel voor.

Hans Claus (56) lacht bij onze eerste vraag. Hij heeft net een boek uit, Achter tralies, waarin hij zijn vooruitstrevende ideeën over het gevangeniswezen uiteenzet, en de nieuwe poëziebundel Dit is mijn lichaam (Uitgeverij P). Zijn titel verwijst naar de eucharistie, hij hanteert de kruisweg met veertien staties als metafoor en hij bezaait zijn gedichten met referenties naar Christus en het geloof. Dus luidt de vanzelfsprekende vraag: bent u gelovig?

Hans Claus: „Iemand opsluiten, doet men ‘bij lichaam’. Soms acht men zich daar volledig meester over.” © Kristof Ghyselinck
Hans Claus: „Iemand opsluiten, doet men ‘bij lichaam’. Soms acht men zich daar volledig meester over.” © Kristof Ghyselinck

Dat is moeilijk de dag van vandaag, hè. Dat ik gelovig ben opgevoed, bepaalt voor een stuk mijn leven en de keuzes in mijn werk en straalt uit in mijn kunst. Ik blijf verontwaardigd en streef naar gerechtigheid, want ik kan me erg opwinden over hoe de wereld draait. Mijn drive is wel degelijk christelijk. Ik ben zo gebakken. Ga ik dan elke zondag naar de mis of aanvaard ik de paus als een onfeilbaar figuur? Neen. Daar zijn we voorbij.
– Put u dan inspiratie uit het geloof?
Inspiratie is zo cerebraal, te rationeel. Het geloof bracht meer poëtische, onderbewuste drijfveren naar boven. Het is meer een aanvoelen dat de wereld niet marcheert. Toon mij twintig tabellen waaruit blijkt dat de economische groei beter is voor de mens. Die cijfers inspireren me niet. Ik luister echter naar die mens en hoor dat die mens niet gelukkig is. En ik zit hele dagen tussen mensen.
– U illustreert uw kruisweg met personages als Saddam Hoessein, Osama bin Laden, de gewezen Libische leider Moammar al-Qadhafi en Roland Feneulle, de kompaan van Freddy Horion. Figuren die veel slachtoffers hebben gemaakt, niet?
De inquisitie ook (lacht). Of het helden, martelaars of criminelen zullen zijn, zal de geschiedenis bepalen. Zo ging het ook met Jezus. Hij is ter dood veroordeeld. Ik ben ervan overtuigd dat hij een strafblad had. We hebben Hem gekruisigd en Hij wordt nog elke dag gekruisigd, alleen zijn dat nu de terdoodveroordeelden. De boodschap achter de kruisweg is: oordeel niet te snel. Als gevangenisdirecteur ga ik hele dagen om met mensen die bestraft zijn, maar ik oordeel niet over hen. Bovendien verontwaardigt me de hypocrisie. Neem Saddam Hoessein. Eerst steunde het Westen hem in de Irak-Iranoorlog. Hij keerde van kamp met als gevolg dat de Golfoorlog het conflict in het Midden-Oosten en Noord-Afrika deed heropleven. Saddam is niet vrij te pleiten voor zijn misdaden, maar een hoop anderen hebben voor rechter gespeeld. Wie heeft er niet allemaal bij Qadhafi in de tent gezeten?
– En waarom Roland Feneulle?
Hij was zwaar ziek en stervende, maar kreeg geen palliatief verlof. Zelfs aan de poort van de dood werd hem geen genade „De boodschap achter de kruisweg is: oordeel niet te snel” geschonken. Ik heb me daar erg in opgejaagd. Na zijn dood hebben we zijn cel enkele weken opengelaten. Zijn medegedetineerden respecteerden dat en zagen het als een symbool van de ziel die eindelijk vrij is. Roland Feneulle is ook de dood ingegaan als een gelovig man.
– Kent de mens dan zo slecht genade toe?
Ja, tenzij voor ‘de onzen’, voor mensen die men herkent. Niet voor ‘de anderen’, die men niet herkent. Mensen bezondigen zich daar voortdurend aan. Het zijn altijd ‘die anderen’, maar wij zijn de anderen. ‘Onbekend is onbemind’ blijft een mooi en waar spreekwoord. Ik weet al veel beter dan 56 jaar geleden waarom ik niet oordeel. Die houding kreeg gaandeweg ‘poten en oren’. Als je je ogen en oren opent, zie je dingen. Niet zij die welvaren, worden bestraft, maar mensen die onderaan de ladder staan of doelgroepen die de schuld krijgen van onze maatschappelijke problemen. Kijk naar de gedetineerdenpopulatie. Dat zijn niet zij die de bankencrisis of het voetbalschandaal veroorzaakten, maar ‘die anderen’, zij die gestolen hebben, die hun facturen niet kunnen betalen of van wie de familie aan het OCMW zit. De opbouw van ons recht en al zijn procedures zijn pogingen om rechtvaardig te zijn, maar het blijft een laag vernis op een rauwe wereld waar het recht van de sterkste blijft gelden. Men vijlt dat wat bij, maakt het schoner, maar het blijft het recht van de sterkste. Dat recht is noch christelijk noch humaan. Als je het bejubelt, krijg je altijd gelijk. Dat is wat nu gebeurt.
– U waarschuwt voor een terugkeer naar middeleeuwse toestanden?
In een deel van de wereld konden we een mooie samenleving maken. Waarom zijn we niet in staat dat te blijven doen? Ik duw het de mensen in hun gezicht: als we de problemen niet gezamenlijk bespreken en aanpakken en naar elkaar blijven wijzen wie de schuld draagt, dreigen we weer terecht te komen in een zwarte bladzijde van onze geschiedenis. Ik blijf echter een vooruitgangsdenker en hoop: als je een klein beetje je geschiedenis kent, laat je dat niet gebeuren. Want het zijn toch de mensen die onder elkaar beslissen hoe ze de wereld maken? Ik denk niet dat God daarin tussenkomt.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €22
tot eind 2019

Registreer je hier