‘Durf je eigen standpunt in twijfel te trekken’

Klapstoel
Ruben Mersch
Filosoof-bioloog en verzoener

Of het over vluchtelingen gaat, het klimaat of hoofddoeken, blijkbaar ontvlammen discussies feller en sneller. Voor en tegen vliegen elkaar in de haren. Zijn we verleerd om overeen te komen en een vergelijk te vinden? Het is iets waar ook filosoof-bioloog Ruben Mersch zich het hoofd over breekt. Hij schreef dan maar Van mening verschillen. Een handleiding (Borgerhoff & Lamberigts)

Al omschrijft hij zichzelf als atheïst, Ruben Mersch vindt „het best aangenaam om eens met een gelovige te praten”, want dat overkomt hem zelden. Met respect en fatsoen van mening verschillen lijkt in tijden waarin de kloof en de spanning tussen ‘wij’ en ‘zij’, tussen zwart en wit, toeneemt, niet meer gebruikelijk. De stelligheid waarmee te vuur en te zwaard meningen worden verkondigd, baart zorgen.

Ruben Mersch: „De grote fout is denken dat de ander een slecht mens is. De meesten zijn een ingewikkelde mix van slecht en goed.” © Kristof Ghyselinck
Ruben Mersch: „De grote fout is denken dat de ander een slecht mens is. De meesten zijn een ingewikkelde mix van slecht en goed.” © Kristof Ghyselinck

– Vanwaar die groeiende polarisatie in onze samenleving?
Je moet een onderscheid maken tussen ideologische polarisatie en affectieve polarisatie. Het eerste betekent dat we diverser gaan denken over thema’s zoals bijvoorbeeld kernenergie, met een groep voor en een groep tegen. Dat hoeft geen probleem te zijn zolang beide groepen respectvol met elkaar omgaan en samen tot een oplossing komen. Affectieve polarisatie is een groter probleem, in die zin dat je het respect en de sympathie voor iemand baseert op diens standpunten en de mate waarop ze afwijken van de jouwe. Iemand met wie je het niet eens bent, vind je een slecht mens en dan luister je niet meer naar hem of haar. Dat neemt toe: je vindt dan enkel nog gelijkgestemden sympathiek.
– U noemt hen ‘bergafdenkers’, niet?
Juist, mensen die enkel hun eigen gelijk bevestigd willen zien. Ze staan niet meer open voor andere ideeën en verbinden daar meestal een morele connotatie aan, want die anderen zijn slechte mensen. Elk compromis met hen is verraad.
-– Hoe komt het toch dat we ons bezondigen aan wij-zij-denken?
Dat hokjesdenken zit er diep in. Mensen zijn echt gemaakt – dat is niet abnormaal als je kijkt naar chimpansees en andere dieren – om de wereld in te delen in twee groepen: wij versus de anderen, waarbij ‘wij’ meestal de goeden zijn. Wij, mensen, zouden dat moeten kunnen overstijgen. Dat gebeurt steeds minder. Dat heeft veel mogelijke oorzaken, van het toenemende individualisme tot politici die steeds meer de identiteit benadrukken, de val van Sovjet-Rusland, misschien zelfs het wegvallen van religie. Welke factor het meest invloed heeft, is moeilijk te bepalen.
– Onderschatten we de ‘morele onderbuik’ van de mensen?
Ja. We menen te vaak dat onze morele standpunten het gevolg zijn van een rationele analyse van het leed dat een maatregel zal veroorzaken. Onderzoeken geven aan dat mensen standpunten vaak innemen zonder enige vorm van kennis ter zake. Puur ratio of kennis is geen voorwaarde om een moreel oordeel te vellen. Gelukkig zijn mensen sociale wezens, we zijn gemaakt om samen te leven. Je hebt een basis van rechtvaardigheid nodig die de boel laat draaien. Sommigen hebben meer rechtvaardigheidsgevoel dan anderen. Niet dat die anderen slechtere mensen zijn – zij vinden dan andere dingen belangrijker. Je moet echter beseffen dat zoals jij je standpunt niet helemaal „Wij noch de anderen hebben ons standpunt zelf gekozen” zelf hebt gekozen, die anderen dat ook niet hebben gedaan. Ook zij zijn op z’n minst speelbal van hun opvoeding, hun omgeving, hun persoonlijke ervaringen… Dat besef maakt je veel coulanter voor je tegenstander en je durft jezelf meer in twijfel te trekken. Voor alle duidelijkheid, we hebben zo’n morele onderbuik nodig, maar je moet hem onder controle houden en kritisch bekijken. Je hebt die mix nodig.
– Missen we dan emotionele intelligentie om die meningsverschillen te overbruggen?
Dat denk ik wel. We hebben te weinig lef om onze eigen standpunten in twijfel te trekken en om de goedheid van de anderen te zien. Ik ben zelf veeleer links, maar ik kan aangename gesprekken hebben met rechtse mensen, omdat ik besef dat zij ook het beste willen met deze wereld. We verschillen weliswaar van mening over wat het beste is, en dat mag, maar daarom zijn het geen monsters.
– Ook de wetenschap slaagt er niet in om de brug te slaan tussen wij en zij?
Idealiter moet de wetenschap ons de solide basis geven om in de debatten te vertrekken, maar de wetenschap krabbelt nog maar aan het oppervlak. Er is nog altijd extreem veel dat we nog niet weten. Bovendien hebben mensen de neiging om wetenschap en kennis enkel in te zetten als wapen. Onderzoeken wijzen uit dat hoe meer mensen weten, hoe meer hun meningen uiteenlopen. Hoe meer je weet, hoe meer munitie je hebt om te bewijzen dat ‘wij’ gelijk hebben en ‘zij’ ongelijk. Ook als wetenschapper moet je je daar continu voor hoeden.
– Wat is de meest invloedrijke factor om de grootste gemene deler te vinden?
Je moet jezelf niet zien als de grote verdediger van waarheid en moraliteit, maar als een van de vele prutsers die probeert met vallen en opstaan deze wereld een beetje beter te maken en die beseft dat die ander dat ook probeert, zij het op een iets andere manier. Voor mij werkt dat zeer relativerend. Ik hou van het idee dat we allemaal onaffe, niet perfecte wezens zijn.
– Verzandt u dan niet in wat u „de wondere wereld van de grijstinten” noemt?
Nuance heeft de uitstraling van een natte kartonnen doos. Er is niks opwindends aan en dat moeten we veranderen. Bijna niets staat vast op het morele domein. Niemand weet hoe we deze wereld het best moeten leiden. Je moet nuance omarmen. Ik zou het zo leuk vinden mocht een politicus eens zeggen: „Goh, ik weet het eigenlijk ook niet.”

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €41
tot eind 2019

Registreer je hier