‘Voor een theoloog met een brede belangstelling ligt de weg open’

Klapstoel
Johan De Tavernier
Decaan faculteit theologie en religiewetenschappen KU Leuven

Met twee waren ze om decaan Mathijs Lamberigts op te volgen. Uiteindelijk viel de keuze op Johan De Tavernier. Op 1 augustus neemt de moraaltheoloog voor vier academiejaren het roer over van de Leuvense faculteit theologie en religie-wetenschappen met haar 800 studenten.

In het Maria-Theresiacollege het juiste lokaal vinden, was altijd een uitdaging, herinneren we ons. Geen paniek echter. Dit keer zijn we hier niet om een examen af te leggen, ook al is het juni. Immer attent wijst decaan Lamberigts ons de weg naar het bureau van zijn opvolger en huidig vicedecaan onderwijs. Dit keer mogen wij eens de professor bestoken met vragen. Al was Johan De Tavernier door zijn verkiezing eigenlijk al geslaagd.

Johan De Tavernier: „Een theologische faculteit kan maar beter deel uitmaken van een universiteit.” © Mine Dalemans
Johan De Tavernier: „Een theologische faculteit kan maar beter deel uitmaken van een universiteit.” © Mine Dalemans

– Proficiat met uw verkiezing tot decaan. Hoe kijkt u aan tegen uw nieuwe baan?
Ik ben 61. Dat betekent dus dat ik mijn academische loopbaan mag afronden met deze termijn van vier jaar. Tijdens die loopbaan bouwde ik overigens heel wat bestuurservaring op, onder meer als academisch secretaris, vicedecaan onderwijs en vicedecaan internationalisering. Daardoor leerde ik zowat alle hoeken en kanten van de faculteit kennen. Die ervaring zal me als decaan uiteraard van pas komen. Zo loopt een aantal collega’s tegen hun pensioen aan en moet ik het proces van hun opvolging in goede banen zien te leiden. Tegelijk besef ik dat als decaan je dagelijkse leven goeddeels bepaald wordt door vergaderingen.
– Wat wilt u als decaan graag bereiken?
Ik wil voortgaan op de weg die we de voorbije jaren zijn ingeslagen. Zo bouwden we naast de klassieke theologie onze poot religiewetenschappen voort uit, onder meer door een eigen masterprogramma. Daardoor is samenwerking met andere disciplines enkel nog belangrijker geworden. In die master bouwden we overigens een specifiek programma islamitische theologie in. Dat leidt tot boeiende uitwisselingen tussen christenen en moslims. Je merkt dat ze worstelen met dezelfde vragen als wij.
Bovendien trekken we met onze Engelstalige opleiding een zeer divers publiek van christenen aan. Daardoor bloeien sommige vakken die een gewisse dood tegemoet leken te gaan weer helemaal op. Wanneer je in de les patrologie met christenen uit het Midden-Oosten, die al sinds de oudheid een eigen koers varen, de leerstellige discussies uit de tijd van de kerkvaders kunt bestuderen, dan geeft dat als vanzelf een bijzondere dynamiek. Die interacties wil ik nog meer aanwakkeren, echter zonder de specifieke eigenheid van de diverse opleidingen teniet te doen.
– Bereikt u nog wel voldoende Vlaamse studenten?
De instroom van generatiestudenten was een poosje wat lager, maar stabiliseerde zich de voorbije jaren rond de twintig eerstejaars. Bovendien trekken we heel wat werkstudenten en zij-instromers aan, studenten die al een diploma „Gelovig perspectief blijft wezenlijk, naast een empirische benadering” op zak hebben, maar een attest voor het godsdienstonderwijs of zelfs een bachelor of master theologie willen behalen. Dat toont het belang aan voor onze faculteit van flexibele onderwijsformules.
– In Nederland verdrong religiewetenschap de theologie. Vreest u niet dat het hier dezelfde kant opgaat?
Neen, het gelovige ‘binnenperspectief’ van de theologie blijft wezenlijk voor ons, naast bijvoorbeeld de meer empirische benadering van de religies. Ik merk trouwens dat onder onze studenten het zoeken naar identiteit erg belangrijk is. Een deel van ons succes hebben we overigens te danken aan het feit dat we kerkrechtelijke graden blijven uitreiken. Ook streefden we altijd al naar goede relaties met de bisschoppenconferentie. De evoluties in Nederland zagen we dan ook met lede ogen aan.
Door religiewetenschap te combineren met filosofie werd de theologie als het ware overbodig gemaakt. Eigenlijk kun je stellen dat de katholieke theologie in Nederland aan het doodbloeden is. Omgekeerd zien we vaak dat theologische instituten voortleven als zelfstandige entiteiten. Een theologische faculteit kan echter maar beter volwaardig deel uitmaken van een universiteit, vind ik. We moeten dan ook nog meer investeren in samenwerking met andere theologiefaculteiten die net als de onze behoren tot een mature universiteit.
– Dat roept de discussie over de ‘K’ van de KU Leuven op. Genieten theologen aanzien bij hun academische collega’s?
De discussie over de ‘K’ is voorlopig beslecht en ik verwacht niet dat ze op korte termijn weer zal opduiken. Alleszins worden wij door onze collega’s gewaardeerd. Dat mocht ik onlangs nog maar eens aan den lijve ondervinden tijdens een debat-avond over (on)verdoofd slachten. Zij stonden erover verbaasd dat de theologie zo een betekenisvolle bijdrage kon leveren aan dat debat. Natuurlijk dragen onze zin voor samenwerking met andere disciplines en het feit dat wij als theologen in alle faculteiten de cursus religie, zingeving en levensbeschouwing geven daartoe bij. Kortom, voor een theoloog met brede belangstelling ligt de weg open.

Lees meteen verder

Ik ben nog geen abonnee

Krijg 1 maand toegang
voor €5
OF

Word abonnee
voor €41
tot eind 2019

Registreer je hier